Ontvoerd door een olifant...


Nog voordat wij landen in Bangkok ben ik al aan de schijterij. Wat KLM meent haar passagiers op intercontinentale vluchten te moeten voorschotelen, roept bij de eerste aanblik al braakneigingen op. Na het nuttigen ervan protesteren je darmen maar dan mag je niet meer naar het toilet omdat de landing is ingezet. Wat kan een mens zich ongelukkig voelen.
Evengoed zijn de verwachtingen hoog gespannen. Vrijwilligerswerk doen in een Wildlife Rescue Center in Thailand, en speciaal met de populatie olifanten aldaar, lijkt mij op voorhand een avontuur voor het leven. Maar dan weet ik nog niet wat mij te wachten staat.

Uiteindelijk zit ik ruim vier uur in een oude pickup-truck van het merk ISUZU. Naast een chauffeur die alleen Thai spreekt. De bungelende Boeddha aan de binnenspiegel is omhuld met plastic bloemenkransen. Dit zou een veilige rit moeten garanderen maar eerlijk gezegd heb ik het daar niet zo op. Er wordt hier links gereden. De man achter het stuur lijkt echter niet te weten wat links of rechts is. Met gevaar voor het leven zigzaggen wij ons een weg door het drukke verkeer. De laatste kilometers komen wij geen verkeer meer tegen. Een rit door de jungle voert ons uiteindelijk naar de Kao Luk tempel. Wij moeten nu dicht in de buurt zijn want ik heb begrepen dat het Rescue Center is gebouwd op heilige grond in eigendom van de monniken die deze tempel beheren. Wij passeren een prachtig uitgestrekt meer en dan zie ik een bord: WILDLIFE RESCUE CENTER. Wij zijn gearriveerd.

 photo DSCF0347_zps31fdb06f.jpgNa een hartelijk welkom is de deceptie groot bij de aanblik van het kot waarin ik de komende weken zal moeten bivakkeren.

 photo DSCF0298_zps5d1f8fc8.jpgHad ik mijn tentje maar meegenomen. Dat is mijn eerste gedachte. Het stinkt er als in een varkensstal en er kruipt flink wat ongedierte langs de muren en over de grond. Vier bedden. Geen kast. Dat wordt dus leven uit de koffer. Och, ik kan wel tegen een stootje.
Naast een smerig besmeurd toilet staat een ton, gevuld met water. Daarin drijft een steelpannetje. Alras blijkt dat het de bedoeling is om daarmee water uit de ton te scheppen waarmee vervolgens je drol dient te worden weggespoeld. Dat dit niet altijd lukt, is duidelijk te zien en te ruiken. De douche, of wat daar voor door moet gaan, produceert alleen koud water. Als je al niet ziek bent, wordt je het hier. Dat staat vast!
 photo DSCF0385_zps4476a646.jpgDwars door de kamer is een waslijn gespannen. Daaraan moet het muskietennet worden bevestigd. Dat blijkt onmogelijk. Elke keer wanneer ik blij ben dat het eindelijk hangt, vliegt de spijker waarmee de waslijn is bevestigd uit de muur omdat het gat te groot is. Bij navraag blijkt dat er in dit verlaten oord geen hamer voorhanden is. Ik word zo pissig dat ik uiteindelijk een groot en zwaar Boeddhabeeld misbruik om de spijker goed vast in de muur te slaan. Met welgemeende, eerbiedige excuses aan Boeddha natuurlijk maar dat spreekt voor zich.
“Het is altijd mogelijk om een doel te bereiken via een omweg” staat in mijn reisdagboek. Een waar woord kortom.

Het diner is om 19.00 uur. Ik kijk naar vier pannetjes op een soort stoof. Er brandt geen vlam onder. De gasfles blijkt leeg en wanneer er een nieuwe komt, weet niemand. De deksels op de pannen zijn te klein met als gevolg dat allerlei vliegende bewoners van dit land reeds hun buikjes hebben vol gegeten. Ongeduldig zoemend wachten zij op het dessert.
De maaltijd is reeds in de middaguren door een Thaise dame bereid en vervolgens op de koude stoof gezet. Het voedsel is dus nauwelijks lauw meer. Maar goed... je moet toch wat! En zelf iets eetbaars kopen is er niet bij. Er is in het Rescue Center zelfs geen blikje Cola te krijgen. Daarvoor moet je naar een piepklein dorpje een paar kilometer verderop. Helaas mag je daar als vrouw alleen niet naartoe. Om veiligheidsredenen. Je dient je bij een groep aan te sluiten en dat is nu niet bepaald mijn sterkste punt. photo DSCF0299_zpsdc2c0271.jpgEr zijn momenteel zo'n 15 vrijwilligers die hier proberen te overleven. Sommige werken in de sector Wildlife. Andere, zoals ik, zijn er speciaal voor de olifanten. De vrijwilligers zijn afkomstig uit alle landen van de wereld en ik tref zowaar een paar landgenoten. Door de slechte omstandigheden in het volunteerhouse is de stemming bepaald niet om over naar huis te schrijven. Dat heeft alles te maken met het feit dat in de meest basale levensbehoeften niet wordt voorzien. Mensen raken snel geïrriteerd en vrijwilligers die er al een paar weken werken, kunnen niet meer de moed opbrengen om nieuwelingen te informeren en goed in te werken. Dat leidt tot fikse spanningen die het er allemaal niet leuker op maken. Komt nog bij dat de hoge temperatuur en met name de vochtigheidsgraad een aanslag plegen op je voorraad energie. De eerste nacht doe ik dan ook geen oog dicht.


 photo DSCF0622_zpse9dfbb2f.jpgOm kwart voor zes gaat het alarm van mijn telefoon af maar dan ben ik al ruim een uur wakker. De geluiden van de Gibbons en het oorverdovende lawaai dat krekels menen te moeten produceren, is daar debet aan. Alles bij elkaar zitten er ongeveer drie- tot vierhonderd dieren in het Rescue Center.

 photo DSCF0545_zpse91944c3.jpgNaast olifanten ontmoet ik een aantal beren, Makakes, Gibbons, tijger (Miauw), krokodil (Dundee), Sam het paard, al onze honden en verschillende nachtdieren. Gekko's kom je overal tegen naast kakkerlakken, spinnen en slangen. Jawel... ook op de kamer. O ja... de vlooien! Ik zou ze haast vergeten.

 photo DSCF0324_zps22b04d1e.jpg

De mahouts halen ons om klokslag half zeven op. Met een boterham pindakaas en een kop thee in de maag vertrekken wij voor een wandeling van een kilometer of vijf. Wij gaan de olifanten die de nacht in de jungle hebben doorgebracht, ophalen en naar het Rescue Center leiden. Daar zullen zij worden verzorgd en bijgevoed. Het avontuur kan beginnen.
 photo DSCF0688_zpsa1580726.jpgOndanks alle goede adviezen vooraf draagt een aantal mensen teenslippers. Zelf loop ik op mijn zware kistjes en draag ik lekkere frisse sokken. Zolang als het duurt want in no time glijd ik tot aan de enkels weg in een berg olifantenstront waar de honden geen brood van lusten. Hoewel.... de negen honden die ons op onze tocht vergezellen, vinden zo'n drol een delicatesse. En QD (spreek uit Kjoedie), een klein zwart mormel van ondefinieerbaar ras, neemt zo'n uitwerpsel graag in haar bekkie en rent ermee weg in de hoop dat je de achtervolging inzet.

 photo DSCF0713_zps906ee5dd.jpgAls degenen met teenslippers de olifantenfaeces tussen hun tenen hebben weg gekrabd met wat droge bladeren, vervolgen wij de tocht. De temperatuur op dit vroege uur rijst de pan uit. De eerste zweetplekken manifesteren zich genadeloos en binnen de kortste keren kunnen wij onze T-shirts al uitwringen. De waterflessen zijn snel leeg.

 photo DSCF0431_zpsbd986d2d.jpgWat een geweldige, kolossale dieren. Zij dwingen respect af. Zij boezemen ontzag in en je voelt je verdomd klein bij de eerste aanblik. Er zijn er vijf zo blijkt. Pai Lin, Somboon, Namphon, Sjakatan en Soy Tong... de baby-olifant. Allemaal hebben zij hun eigen verhaal maar daarover later meer.
Ik besluit om goed te focussen op onze mahout. EK, heet hij. Een klein mannetje dat haast in het niets verdwijnt naast onze logge viervoeters. Nou ja... zij zien er weliswaar log uit maar kunnen erg snel zijn. Bovendien kan een tikje met de slurf of de staart de dood tot gevolg hebben dus het is oppassen geblazen. Een aantal commando's heb ik snel onder de knie. Maa betekent KOM. Hue is VOORUIT. Ho is STOP en Toi betekent TERUG.
De meest veilige plek om naast Pail Lin te lopen is rechts naast de voorpoten. Zij is blind aan haar linker oog. Daarom moet je haar vanaf de rechterkant benaderen en vooral geluid maken zodat zij weet dat je er aan komt. Maar vertel dat maar eens aan de honden die ons vergezellen. Er is geen kruid tegen gewassen. De olifanten raken nogal geïrriteerd door de uitgelaten, spelende honden. Je moet dan ook elke seconde opnieuw bepalen wat je vluchtweg zal zijn op het moment dat het uit de hand loopt. En dat doet het.

 photo DSCF07092_zps1e7fd6cd.jpgPoekie, een Golden Retriever, is zich van geen kwaad bewust en sjokt op haar gemak achter Pai Lin aan. Maar door haar blindheid kan deze niet precies inschatten wat er achter haar rug gebeurt. Opeens trapt zij met haar achterpoot richting Poekie en zet het op een rennen. Dwars door manshoog struikgewas. Zij trekt drie bomen uit de grond en trompettert met woest klapperende oren de jungle in. Wij rennen alle kanten uit. Met bonkend hart bereik ik een klein meertje en spring er met kleren en al in, gevolgd door twee andere vrijwilligers. Een van de mahouts is achter Pai Lin aan. Even laten zien wij haar aan de oever van het meertje verschijnen. Waar de anderen zijn weten wij niet. Wij houden ons doodstil in het water maar ik kan echt de spanning niet meer aan. Het dier heeft ons namelijk al lang gezien. Iets doen is beter dan niets doen, besluit ik en ik roep: Pai Lin... Good girl. Heel langzaam waad ik naar haar toe. Pai Lin komt het water in. Voetje voor voetje... maar dat is een understatement. Ik blijf zachtjes zeggen: Pai Lin... good girl. De andere twee vrijwilligers maken zich zo gauw de kans zich voordoet uit de voeten. Aan de overkant van het meertje verschijnt Ek. Hij steekt zijn duim op en maant mij tot rust. “Pai Lin MAA”, roep ik en zij komt langzaam op mij af terwijl Ek, rustig zwemmend vanaf de overkant, nadert. Inmiddels durf ik geen vin meer te verroeren en alleen maar rustig tegen haar te praten. "Kom maar meissie... ik doe je niks!" Ha ha ha , achteraf belachelijk natuurlijk maar goed. Ek is er bijna. In een vloeiende beweging hijst hij zichzelf uiteindelijk aan Pai Lin's rechter oor op de rug van het ruim drie meter hoge dier dat zo'n 4000 kilo weegt. Met behulp van een olifantenhaak (een stok met een scherpe metalen punt en een haak) leidt hij haar vervolgens het water uit. Ondanks de hoge temperatuur sta ik te shaken. Ek zegt:"Good girl". Jawel... tegen mij!

 photo DSCF0706_zpsa97c1771.jpgWij vinden de rest van de vrijwilligers terug op de track die naar het Rescue Center leidt. Joy, de collega mahout, is bij de vier andere dieren blijven wachten. Omringd door vrijwilligers. Gelukkig mankeren wij niets maar je zou er wel wat van krijgen dat kan ik je verzekeren.

Wij vervolgen onze weg en bereiken uiteindelijk het Center waar wij de olifanten verdelen over twee enclosures. Dan slepen wij grote manden met ananasplanten, kokosnoot- en bananenbladeren, mango's en meloenen naar de dieren toe. Zij vallen er naar hartenlust op aan. Ook hier is het oppassen want deze reuzen rukken je rustig een arm af voor een sappige meloen of een mango. De dieren pakken de vruchten aan met hun slurf en stoppen daarmee de lekkernij in hun lieftallige bekkies.

Eindelijk tijd voor een pauze. Maar die duurt niet lang. Per slot van rekening moet hetgeen onze vrienden tot zich hebben genomen ook de kolossale lichamen weer verlaten. Dat laat niet lang op zich wachten. Zijn wij gedurende onze tocht naar het Rescue Center reeds geconfronteerd met de oorverdovende scheten die zij laten, dít fenomeen slaat alles. Hier helpt geen gasmasker tegen. Daarom staat dit attribuut ook niet op de lijst van aan te schaffen zaken voor vertrek.
Met behulp van een kruiwagen en (niet te vergeten) werkhandschoenen worden de drollen met de hand opgepakt, in de kruiwagen gedeponeerd, met welke last je vervolgens richting compostplaats wandelt en de lading bij de "voorgangers" omkiepert.

Opeens een ijselijke gil! Help!Een slang! Ik houd het aanvankelijk volstrekt voor onmogelijk dat een slang zich in een dermate stinkende omgeving zou wensen op te houden maar het tegendeel is waar. En niet zo maar een. Hij is wel zeker 2 meter lang. Sissend heeft hij of zij zich onder het dichte bladerdek dat de bodem bedekt, verschanst. In no time staan er wel 10 Thai, gewapend met stokken en spades klaar om het dier onschadelijk te maken. Maar ze vinden het niet meer. Gelukkig!

 photo DSCF0628_zps29905f78.jpgOnze olifanten gaan aan de borrel. Een leuk en vooral dankbaar karweitje. Gewapend met een lange tuinslang, logischerwijs verbonden aan een kraan, is het de bedoeling dat je de dieren in hun dorstige behoefte gaat voorzien. Zij houden hun slurf naar beneden waarbij het uiterste puntje als een soort kelk omhoog is geheven. Daar spuit je het water in. Het duurt een tijdje voordat de slurf vol is en naar de bek wordt gebracht om te drinken. Vandaag zijn zij gulzig want zij drinken ontelbare liters. Net als je denkt: houdt dit dan nooit op?, krijg je zélf de volle laag. De inhoud van de slurf wordt compleet over je heen gespoten alsof zij begrijpen wat voor een beroerde douche je vanochtend hebt gehad. Intelligente beesten.
 photo DSCF0638_zps6a6c964a.jpgNa het drinkritueel harken wij het overtollige en oude voer bij elkaar en brengen dat in manden naar de composthoop tegenover de stronthoop zullen we maar zeggen. Tijd voor een pauze? Mooi niet!

Ik loop te zweten in mijn BH die ik nooit draag maar nu wel. Op dringend advies. Uit respect voor de Thai was de boodschap. Zij zullen maar op hol slaan! Daar overheen een T-shirt met lange mouwen. Tegen de rode mieren die volgens zeggen de aanval inzetten op alles wat naar vel ruikt. Wij zijn op weg naar de ananasvelden. Wij worden geacht het voedsel voor onze viervoeters hoogstpersoonlijk uit de grond te gaan trekken terwijl het bijna 40 graden is. Na een paar kilometer horen wij wat gepuf en gepruttel. De truck komt to stilstand. Dat was bepaald te voorzien. APK kent men hier niet en zolang een vehikel nog rijdt, mag het de weg op. Wanneer onze mahout de truck opnieuw probeert te starten, benemen grote zwarte rookwolken het uitzicht in alle richtingen. Langs de kant van de weg, waar regelmatig heftig claxonerende auto's, scooters en brommers voorbij razen, trachten wij te schuilen voor de brandende zon maar helaas is er nergens schaduw te bekennen. QD die op de truck is gesprongen toen wij vertrokken, heeft er echt tabak van. Zij strekt zichzelf, poten gespreid, uitdagend op haar rug uit. Midden op het loeihete asfalt. Het scheelt een haar of er rijdt een auto over haar heen maar gelukkig is zij nog steeds in ons midden.
Na ruim een uur wachten, komt er hulp en krijgen wij de truck aan de praat. Probleem is echter dat het nu veel te warm is geworden om de ene voet ook nog maar voor de andere te zetten. Nu heb ik niet zo vaak het gevoel dat ik zal sterven voordat mijn tijd gekomen is maar dit zou het moment kunnen zijn.
Wij moeten ons een weg banen door de manshoge bosschages en elke ananasplant met wortel en al uit de grond zien te rukken. Na elke succesvolle poging voel je de kracht wegstromen uit je lijf. Mijn hart klopt keihard in mijn hoofd en uiteindelijk zie ik de wereld voor een doedelzak aan. Maar je moet door. De truck moet vol. Overal bijten de rode mieren. Hele legers kruipen in je sokken, je nek en steken je waarlijk zonder pardon naar de eeuwige jachtvelden!Het leven is mooi. Mijn heftig streven om één te zijn met de natuur krijgt nu toch wel een zeer bijzondere betekenis.

 photo DSCF0470_zps24008723.jpgEen voor een beginnen wij te klagen. Zijn wij echt zo stom geweest? Hebben wij écht grof geld betaald om dit mooie werk te mogen doen? Hadden wij dit kunnen voorzien?
Ondanks alle protesten is er niemand die als eerste de pijp aan Maarten wil geven en dat leidt er toe dat iedereen meer doet dan hij of zij werkelijk aan kan. Hier en daar staan vrijwilligers te shaken op hun benen. Geen goed teken. Omdat de truck die ons is komen redden ook is meegereden, menen de mahouts dat we die voor hetzelfde geld ook maar moeten laden. Dat is me te gortig. Ik zie hoe mensen door de groepsdruk veel te veel van zichzelf vergen en besluit het voortouw te nemen. Bovendien heb ik het zelf ook helemaal gehad...I QUIT! Stoppen allemaal! Enough is enough! Een golf van opluchting zweeft over het ananasveld. “Thanks Jose”, mompelen mijn collega's. Compleet kapot zitten wij even later met onze konten bovenop de stekelige ananasplanten. Wij nemen de mieren voor lief. Wat een zooitje!
En waar is nu die Mr. X? Die gepassioneerde Nederlander die het Rescue Center in 2001 heeft gesticht? Ik zal hem hier voor de goede orde niet met naam en toenaam noemen. Tot op heden is hij nergens te bekennen. Behalve in de publiciteit. Ik lust hem rauw dus laat maar komen. Die ontmoeting vindt eerder plaats dan ik vermoed...

Eindelijk tijd voor een verlate lunch. Opnieuw geen gas en dat zou er al die dagen ook niet komen.

Na onze maaltijd gaan de olifanten in bad. Een van de leukste rituelen op een dag.  photo DSCF0528_zps0878ae04.jpgZij worden naar een meertje geleid alwaar zij naar hartenlust kunnen badderen. Wij gaan mee het water in en binnen de kortste keren bevind ik mij in een hachelijke positie. Nam Phon en Shakatan genieten van de waterpret maar ondanks hun gevoelige huid hebben zij niet in de gaten dat ik zo goed als dood gedrukt word tussen hun kolossale lijven. Ik trap naar voren en krijg vat op de flank van Nam Phon zodat ik mij met alle kracht kan afzetten om uiteindelijk op de rug van Shakatan te belanden. Die vindt het wel leuk zo'n vrachtje, zet er de spurt in en in no time sta ik samen met haar aan de oever van het meertje. Ik kan er niet afspringen want dan breek ik zeker allebei mijn benen. Kortom, ik blijf zitten waar ik zit en verroer mij niet. De rest van de vrijwilligers ligt in een deuk. De vraag is wat zij zelf zouden ondernemen in een soortgelijke situatie. Rust kan je redden denk ik hardop. Ik toren hoog uit boven de omgeving. Het heeft wel iets. Ware het niet dat mijn hart bonkt in mijn droge keel! photo DSCF0479_zps489e6ce7.jpg

 

"Waarheen je ook gaat, ga met heel je hart" , heb ik in mijn reisdagboek gelezen en dat besluit ik te doen. Hoe moeilijk voor mij dan ook.... ik geef mij over aan de nukken van Shakatan die zich uit de voeten maakt richting een pad dat de jungle in voert. Het verbaast mij dat onze mahout Ek niets onderneemt en rustig staat te kijken wat er gaat gebeuren. Ik roep:”Ek, save me!” “You go!”,zegt hij. Ja dat heb ik in de gaten ja! Ik zou hem het liefst willen wurgen. Desondanks blijf ik zitten waar ik zit. Ik houd mij vast aan de oren van Shakatan die af en toe haar grote slurf omhoog steekt om wat bladeren van bomen te trekken. “Zeg eh... dame...”, probeer ik. “Ik zou het bijzonder op prijs stellen als ik af mocht stappen want ik heb geen zin om in de jungle te overnachten.” De dame verstaat geen Nederlands. Shakatan wandelt rustig verder. Wij hebben het terrein van het Rescue Center verlaten en sjokken over een pad naar niemandsland. Eindelijk begin ik na te denken en dat is niet voor de tijd. Ik wil er af maar de vraag is hoe?

Opeens stopt mijn grote vriendin bij een boom. Zij reikt met haar slurf omhoog en probeert wat blad van een tak te trekken. Dit is mijn moment! Waarschijnlijk mijn enige kans. Zonder verder na te denken kruip ik op haar hoofd, ga staan en met de kreet: “Een twee drie in Godsnaam!”,spring ik met mijn ogen dicht de boom in! Eindelijk veilig.

Als ik mijn ogen weer open, is het euforische gevoel van veiligheid als sneeuw voor de zon verdwenen. Het probleem is alleen maar groter geworden. Toegegeven, het uitzicht is magnifiek maar een prangende vraag dringt zich op. Hoe kom ik ongeschonden uit deze boom? Ik besluit om daartoe geen poging te wagen en te wachten. Overigens niet een van mijn sterkste talenten. Vandaag resulteert het toch in enig effect. Na een kwartier komt een groep vrijwilligers onder aanvoering van Ek het pad op lopen. Met vereende krachten lukt het uiteindelijk om mij ongedeerd uit de benarde positie te bevrijden. Op een paar schrammetjes na dan.
Ik weet echt niet of ik het allemaal zo leuk vind. Achteraf ok! Maar mij moet wel van het hart dat ik dit land met de olifant als symbool gedurende het afgelopen uur regelmatig heb vervloekt.

Maar goed... the show must go on. Na het badderritueel krijgen de olifanten opnieuw wat lekkere snacks en vertrekken wij uiteindelijk in karavaan terug naar de plek in de jungle waar zij zullen overnachten. Dat gebeurt deze keer zonder noemenswaardige hindernissen. Maar er zouden er nog heel wat komen.  photo DSCF0302_zpsda93f4b5.jpg

Wanneer wij gebroken en wel ons kamp weer bereiken, verspreidt het nieuws zich snel. Mr. X has arrived! Dat kan ik er dus net even niet bij hebben. Voor mijn gevoel heb ik bepaald wat meer energie nodig om deze man te ontmoeten. Maar ik bedenk dat het wellicht een van de weinige kansen is. Ik heb begrepen dat hij zich niet vaak vertoont in het Rescue Center wat hij nota bene zélf heeft opgericht. In mijn reisdagboek lees ik: Ga onenigheid en conflicten uit de weg. Zij veroorzaken leed en eenzaamheid. Welnu... ik kan aardig goed met mijzelf overweg dus voor eenzaamheid ben ik niet bang. Leed? Ik kan wel wat hebben en voor een conflict loop ik al helemaal niet weg. Dus komt u maar Mr. X! Ik heb 'r zin in ha ha ha .
Kaky shorts en shirt. Nog net geen (wijlen) Steve Erwin. Daar geeft hij overigens flink op af. Evenals op Martin Gaus die hem uitgebreid zendtijd verschafte op de Nederlandse televisie en de dame van Animal Planet die een uitgebreide reportage over zijn werk maakte. Over haar weet hij tijdens zijn welkomswoord te melden dat wanneer zij het woord voert, het lijkt alsof zij constant een orgasme heeft.
Deze mijnheer X is weliswaar zo publiciteitsgeil als een aap maar verafschuwt klaarblijkelijk de mensen die hem die publiciteit verschaffen. De toon is gezet. De volgende avond staat een wat meer uitgebreide ontmoeting op stapel. De Animal Planet documentaire over het Rescue Center zal worden vertoont en daarna is er tijd voor gesprekken en vragen. Die heb ik genoeg.

Terug naar het varkenskot.
Klaarblijkelijk is een of meerdere van mijn kamergenoten toe aan een anti-diarree-kuurtje getuige de spuitgeluiden die het geschreeuw van de gibbons overstemmen vanuit het toilet zonder deur. Ik mag mijzelf gelukkig prijzen. Vooralsnog is het fenomeen mij bespaard gebleven maar als er ook een kuurtje bestaat om de kwalijke dampen niet te hoeven ruiken, houd ik mij onmiddellijk aanbevolen! Discipline en beheersing op reis zijn noodzakelijk om je weg doelgericht te kiezen, lees ik in mijn reisdagboek. Maar laat de spuitpoep zich beheersen? No way! Er zit maar een ding op. Go with the flow.

 Ik raak steeds meer gewend aan de dagelijkse routine en het werken met de olifanten. Zij beginnen mij een beetje te kennen en zij hebben al snel in de gaten dat er bij mij altijd wel wat lekkers te halen is. Zwarte bonen, een sappige mango of meloen... ik heb altijd wel wat op zak.
Sta ik op een bepaald moment Somboon te douchen, is het water op. Nou dat weer. Wat werkt er verdorie nou wel in dit land? Er is geen mahout in de buurt die mij kan vertellen hoe te handelen dus ik loop ter nadere inspectie naar de kraan. Opeens een keiharde klap! Vliegt de hele kraan met slang en al zo'n drie meter de lucht in. Wat blijkt? Heeft Somboon met een van haar lieftallige voetjes op de slang gestaan waardoor de druk te hoog werd en de hele santenkraam uit elkaar is geploft. Wat een chaos. Het water spuit alle kanten uit. Ik probeer de kraan, die in een struik hangt, dicht te draaien maar er is geen beweging in te krijgen. Het modderballet is compleet. Somboon en Pai Lin trompetteren dat het een lieve lust is en daar komt Joy op af. Hij overziet de chaos, ziet mij volstrekt in paniek gebaren dat ik het ook niet meer weet, steekt een sigaretje op en zegt: “We wait.” “We wait? Waarop dan? Op de zondvloed soms? Naar mijn bescheiden mening heb ik die hoogst persoonlijk al weten te creëren hier. Kijk om je heen man!” “ Yes yes”, zegt hij. Maar hij had ook “no no” kunnen zeggen. Het zijn namelijk zo'n beetje de enige Engelse woorden die hij kent.
Juist als ik naar het volunteerhouse wil rennen om hulp te halen, houdt het op. Een wonder! Die bestaan dus nog.Iemand moet zo gis geweest zijn om de hoofdkraan van de watertanks af te sluiten. Gevolg daarvan is dat nu het hele kamp zonder water zit. De ton naast ons toilet was vanochtend bijna leeg.... Mijn God.... Kunnen wij nog vluchten? Gelukkig duurt de reparatie maar een dag.

De confrontatie met Mr. X verloopt in eerste instantie niet zo soepel. Het bekijken van de Animal Planet-documentaire heeft bij mij nogal wat vragen opgeroepen in relatie tot het "no touch" beleid. Geen dier mag in principe worden aangeraakt. Hoewel zo goed als alle dieren gedomesticeerd zijn en nooit meer terug kunnen naar hun natuurlijke habitat om weer in vrijheid door het leven te gaan, is deze regel strikt. In de documentaire echter zie je Mr. X schitteren met aapjes op zijn arm. Je ziet hem rollebollen met tijger Miauw en kroelen met de beren. Hoezo beleid? Ik snap daar dus niets van maar goed, na de film "mogen" we vragen stellen. Nog even geduld dus... Mr. X neemt het woord. Het is muisstil... De man schijnt op de een of andere manier angst in te boezemen. Zelfs de assistent manager zit er wat gedwee bij. Wij krijgen een verhaal te horen dat bepaald getuigt van een enorme zelfingenomenheid en arrogantie. Hij heeft het alleen maar over zichzelf en de fantastische reddingsacties die hij tot stand heeft gebracht. Mijn stekels gaan overeind staan....
Als hij niets meer weet te vertellen, kijkt hij de groep aan en zegt: Heeft u nog vragen of bent u daar niet toe in staat? Dit slaat alles. Het blijft muisstil....
In een flits herinner ik mij zijn uitspraak over de journaliste van Animal Planet. Mr. X vond dat het leek alsof deze dame constant een orgasme had wanneer zij het woord voerde.

 Ik besluit hem van repliek te dienen en doe dat (aanvankelijk om hem te sparen) in het Nederlands:

“Mijnheer X, U vraagt zich af of wij wel in staat zijn om vragen te stellen. Welnu...om te beginnen heeft u geen flauw benul waartoe ik al of niet in staat ben. Maakt u zich derhalve geen illusies. Wanneer ik daadwerkelijk het woord tot u richt zult u in ieder geval geenszins het idee hebben dat ik constant orgastische momenten beleef. Misschien krijgt u er zelf wel een...”
Heel even weet hij zich geen houding te geven maar hij herstelt snel: “Would you repeat this in English please?” “Sure Mr. X... “If you insist!” En ik doe het. Je kunt een speld horen vallen. Hier en daar wordt wat gegniffeld.
“U bent wel een leuke vrouw”,vervolgt Mr. X in het Nederlands. “Would you please repeat that in English Mr. X?”, vraag ik maar dat negeert hij. Daarop begin ik mijn vragen te stellen. Anderen durven nu ook hun mond open te doen en het wordt toch nog gezellig. Na afloop laat Mr. X mij weten een dezer dagen met mij van gedachten te willen wisselen. Ik vraag hem nog wel of dat in het Nederlands of het Engels moet. Lachend als een boer met kiespijn, druipt hij af en wij zien hem de hele avond niet meer.
In het volunteerhouse is de bom gebarsten. Iedereen heeft het over mijn confrontatie met Mr. X. Ik zal wel weer buiten mijn boekje zijn gegaan maar dat kan mij geen donder schelen in dit geval. Je hoeft niet altijd te zeggen wat je meent, als je maar meent wat je zegt. Gossie.... mijn reisdagboek is een bron van inspiratie.

 Ik heb Neil, een Schot van in de veertig, geregeld om mij te vergezellen naar Cha-Am vanavond. Wanneer je maar constant in deze wildernis blijft rondhangen zonder enige vorm van vertier, word je chagrijnig en daar ben ik nu eenmaal het type niet naar. Neil is al lang blij want hij snakt naar een biertje en dat gaat er bij mij vast ook wel in. Wij charteren een taxi die ons in deze uithoek komt ophalen en voor 400 Bath worden wij in het centrum van Cha-Am gedropt. Eindelijk even weg. Eerst gaan wij lekker eten. Dat is absoluut nodig want op het kamp eten wij elke dag hetzelfde. Ondefinieerbare koude prut die zo gepeperd is dat je geeneens kunt proeven wat het is. Wij praten wat en als hij er achter komt wat ik doe voor de kost, krijg ik zijn levensverhaal in geuren en kleuren te horen. En ik heb er echt niet om gevraagd deze keer. Al reist men nog zo ver, het lot kan men niet ontlopen. Met dank aan mijn reisdagboek!
Wij belanden in een pianobar. Pianist aan de vleugel, zangeres (niet onverdienstelijk) achter de microfoon. Blijkt Neil een Schotse muzikant zonder baan te zijn. In no time hebben wij de microfoon voor onze neus en zingen wij de sterren van de hemel. Heerlijk zo'n uitlaatklep na alle ellende en ontberingen.
Tegen de taxichauffeur die ruim een half uur langer dan afgesproken op ons heeft staan wachten, zeggen wij dat wij zijn overvallen door een Tsunami. Yes yes, zegt hij..... alsof hem hetzelfde is overkomen.

De volgende ochtend is het weer vroeg dag. Ik ga steeds meer genieten van de vroege ochtendwandeling. Wij zien dan de zon op komen boven het grote meer en dat is een prachtig moment. Desondanks duurt het dan nog maar even voordat je je T-shirt weer kunt uitwringen. Gemiddeld is het hier tussen de 38 en 42 graden. Daar kun je dus echt niet tegen douchen...

 Zoals reeds gemeld, werken wij momenteel met vijf olifanten. Pai Lin is de oudste. Zij is meer dan 60 jaar en heeft vele jaren op straat in de toeristenindustrie gewerkt. Sinds februari vorig jaar is zij in het Rescue Center komen wonen. Zij verkeerde in zeer slechte fysieke conditie. Haar rug is zwaar misvormd door het dragen van de zogenaamde toeristenstoel waar soms wel zes personen in worden gedragen. Gelukkig heeft zij geen pijn. De wangen zijn ingevallen en haar huid lijkt wel drie maten te groot. Zij ziet er dan ook erg oud uit in vergelijking met de andere olifanten. Over het algemeen is zij vriendelijk en loopt gewoonlijk als laatste in de rij zodat zij in haar eigen tempo kan lopen. Zij vindt het niet zo leuk om het water in te gaan maar als zij er eenmaal in is, amuseert zij zich prima.
Somboon ( dat betekent Perfect) is 30jaar. Jarenlang werkte ook zij in de toeristenindustrie totdat zij in 2006 werd aangereden door een auto. Zij brak nog net haar poot niet maar loopt nu wel mank en dat kan niet meer verholpen worden. Je kunt merken dat zij er last van heeft en dat levert af en toe wat stress op. Er zit een gat in haar rechter oor. Hoe dat daar gekomen is laat zich raden. Maar mevrouw heeft heel mooie ogen en vooral haar prachtige lange wimpers trekken meteen de aandacht. Zij is een zeer levendig dier en maakt nogal wat lawaai als wij haar 's morgens ophalen uit de jungle. Somboon maakt er een sport van om de boel op te houden. Zij snackt namelijk graag en er is natuurlijk vanalles te happen onderweg. Je lost het probleem van het oponthoud op door haar wat lekkers voor te houden en daar komt ze vanzelf achteraan. Badderen vindt zij geweldig. Voordat zij het water in gaat spuit zij zichzelf compleet onder de modder om vervolgens te gaan "diepmeerduiken". Zwarte bonen en mango's... daar doet zij alles voor.
Namphon is 40 jaar en ook afkomstig uit de toeristenindustrie. Diep water vindt zij maar niks maar om lekker op die dikke kont in ondiep water te zitten relaxen, vindt zij prachtig. Bij het drinken geven met de slang wacht zij altijd netjes en rustig op haar beurt. Maar dan spuit je er ook wat liters in hoor! Shakatan is altijd hennetje de voorste als het op drinken aan komt. Zij houdt van zwarte bonen en wil nog wel eens ongehoorzaam zijn. Maar ja... het blijven wilde dieren.

 Namphon slaat op tilt. Wederom is het een van de honden (Coocky) die zorgt voor de nodige consternatie. Wij stuiven alle kanten uit. Zelf houd ik mij doodstil achter een boom. Niet dat dat van enig nut zal zijn wanneer zij het op mij voorzien zou hebben maar er is op dat moment geen andere optie. Het pad waarop wij wandelen is te smal en aan beide kanten is er alleen maar ondoordringbare jungle.
Ik zie Namphon nergens maar ik hoor haar wel komen. Zij hoort ongetwijfeld het bonken van mijn hart. Ik begin al bijna een weesgegroetje te bidden als ik een geluid hoor. Alsof er iets naar beneden valt. Van alle bomen in de jungle moet ik dus precies achter een mangoboom gaan staan. Lekker slim. Want als er één olifant is die gek is op een sappige mango is het Namphon wel. En jawel hoor!
Opeens zie ik dat grote hoofd boven mij uit torenen. Vluchten kan niet meer. De dame besnuffelt mij met haar slurf. Waar is verdorie die mango die ik hoorde vallen?
Ik probeer langs haar rechterflank weg te komen waarbij ik haar steeds aanraak zodat zij weet waar ik ben. Hardop bid ik tegelijkertijd een weesgegroetje hetgeen mij direct leidt naar de sappige mango. Bhoedha zij gelooft en geprezen of heeft de heilige maagd Maria mij dan toch uit deze netelige positie gered? In ieder geval peuzelt mevrouw haar mango op en dan verschijnt Ek die haar weer op het juiste spoor zet.

De regelmaat van de dagelijkse routine bevalt mij wel. Soms wordt die onderbroken. Op toerbeurt moeten namelijk ook allerlei andere klussen worden gedaan zoals het schoonmaken van de gemeenschappelijke keuken en de volunteerverblijven. Dat schoonmaken is een vak apart hier. Er zijn namelijk geen middelen. Oude, achtergelaten T-shirts van vrijwilligers doen dienst als vaatdoek. Bovendien er is een bezem met een steel van 30cm die je heksonwaardig zou mogen noemen. En daar houdt het dan zo'n beetje mee op! Het klinkt ongelooflijk maar het is echt waar. Er loopt ongedierte bij de vleet rond en de keuken is zo vet als spek. Achter de stoof wonen twee grote kikkers of padden. Zij hupsen vrolijk door de smurrie en het is verbazingwekkend hoe zij door onze negen honden met rust worden gelaten.

 Nu ben ik van nature geen poets-ster maar ik vind het echt schrikbarend binnen welke ongezonde en derhalve gevaarlijke omstandigheden vrijwilligers worden geacht om hier te overleven. Mensen vertrekken dan ook bij bosjes. Veel eerder dan gepland. Maar van restitutie van het vooraf betaalde geld, is geen sprake. Zo langzamerhand begin ik te begrijpen waarvan Mr. X zijn spiksplinternieuwe bungalow op het terrein heeft gefinancierd. Maar dat is een aanname.

Een wandeling langs het meer met Sam, een witte (ex)hengst, behoort tot een van mijn favoriete bezigheden. Het dier is vier jaar geleden in zeer slechte conditie binnen gebracht. Sam deed dienst als strandpony. Hij wandelde met toeristen op zijn rug in de loeihete zon, keer op keer hetzelfde traject. Eigenlijk was Sam al opgegeven. Er zou lymfeklier kanker bij hem zijn vastgesteld maar na vier jaar loopt hij nog vrolijk rond. Dat wil zeggen: staat hij doorgaans op hetzelfde plekje, vastgebonden aan een boom, zijn dag door te komen. Hoezo kwaliteit van leven?
Sam vindt het geweldig om langs het meer te lopen. Daar laat hij zelfs zijn sappige mango's voor staan. Hij overnacht bij de varkens en daar kan hij het niet altijd even goed mee vinden. Dat komt omdat deze veelvraten immer een aanval doen op Sam's schaal met voer wanneer deze nog niet helemaal leeg is.

 Miauw de tijger is een heel ander verhaal. En als we het dan hebben over kwaliteit van leven, rijzen er bij mij grote twijfels... Het dier heeft jarenlang in een veel te kleine kooi opgesloten gezeten. Aangeschaft als huisdier. Maar kleine tijgers worden groot!
Een spectaculaire, door de pers op de voet gevolgde reddingsaktie met Mr. X in de hoofdrol volgt...

De lage omheining van Miauw's verblijf in het Rescue Center roept vragen op. Alras blijkt dat de tijger nauwelijks meer op de poten kan staan, niet meer kan springen, geen klauwen meer heeft enz. Een wrak kortom. Miauw wordt gevoed en eet gewoon uit de hand. Zijn lichaam is compleet misvormd.
Het lijkt mij een nobel streven om dieren een omgeving te bieden die zoveel mogelijk aansluit bij hun natuurlijke habitat maar deze tijger kan geeneens zijn instinct meer volgen en ik vraag mij echt af of hij in de tijgerhemel niet beter af zou zijn. Voor mijn gevoel heeft Miauw nog maar een functie en dat is er een van: tranentrekker 1e klas. Het levende bewijs van Mr. X zijn goede daden! Maar daarover moeten wij nog maar eens discussieren.

Vrijwilligers komen en gaan. Keer op keer ben je derhalve met een ander team in de weer. Het is bepaald opvallend te noemen hoeveel nieuwelingen hun werkhandschoenen zijn "vergeten". Stront ruimen wordt dus voornamelijk een klus voor degenen die de instructies vooraf wel goed hebben gelezen!
Ik kom aansloffen met een volle kruiwagen. Veeg het zweet van mijn voorhoofd en TJAKAA! Soy Tong, de babyolifant, slaat haar slag. Binnen twee seconden ligt de hele kruiwagen omver en rollen de drollen alle kanten uit. Soy Tong probeert de uitwerpselen van haar oudere soortgenoten te verorberen en dat gaat haar aardig af. Leermoment: altijd opletten want achter je rug gebeuren de meest onverwachte zaken.
Harken en spades blijken ook interessante speeltjes voor haar. Dat is wellicht de reden waarom er in het hele kamp niet een met een behoorlijke steel te vinden is.
Soy Tong danst. Dat doet zij al sinds de mahout haar op jonge leeftijd mentaal heeft gebroken. Zo werkt dat kunstje. Als dat eenmaal is gelukt, kun je de dieren vervolgens verschillende trucs leren. Nu Soy Tong inmiddels binnen de relatieve veiligheid van het kamp bivakkeert, danst zij nog steeds. Navraag levert de informatie op dat zij dat zal blijven doen zolang zij leeft.
Overigens is er een vreemde situatie met betrekking tot de mahouts in dit centrum. Hen wordt gratis huisvesting, een klein salaris alsmede gratis veterinaire zorg geboden. Dit om te voorkomen dat zij weer de straat op gaan met hun dier. De mahouts worden dus eigenlijk betaald. Leuke manier om je Rescue Center vol te krijgen. Maar dat terzijde.
Een van de vrijwilligers verliest een teennagel. Tja... slippers! Hij wordt behandeld door de dierenarts die hem antibiotica voorschrijft. In het hele kamp is geen first-aid-kit te vinden. Wij treffen een rolletje Leukoplast aan en daar blijft het bij. Ik ben blij dat ik zo goed als een hele apotheek in mijn koffer heb zitten.

We gaan er weer op uit. Dit keer moeten kokospalmbladeren worden geoogst. De hele palmboom wordt daarbij met behulp van een bijl omgekapt en vervolgens stukje bij beetje in de truck geladen. De bladeren zijn zwaar. Vooral op de plek waar zij van de stam zijn afgekapt. Zij zijn vergeven van de rode mieren en dat is op zijn zachtst gezegd geen pretje. Ek staat boven op de truck de bladeren aan te stampen wanneer ik de zoveelste op de truck werp. Opeens een vreselijke gil! Ek klapt dubbel! Heb ik hem toch bijna van zijn mannelijkheid beroofd... Iedereen ligt in een deuk maar ik geloof niet dat Ek het kan waarderen...

 Mr. X moet nu wel opschieten met zijn gesprek. Deze week ben ik op mijn vrije dag naar Cha-Am geweest en heb er een hotel geboekt. Na mijzelf de nodige weken compleet uit de naad te hebben gewerkt, ben ik toe aan de luxe van airco. een douche, een doorspoeltoilet en een zwembad.

Ik zit in het volunteer huis op een van de harde stenen banken, waarvan ik zo langzamerhand doorzitplekken op mijn kont heb gekregen, mijn reisnotities bij te werken. Uit een grote stofwolk verrijst Mr. X. Op de brommer. Of ik nu even tijd heb?
"Ik ben mijn reisnotities aan het bijwerken mijnheer X maar over een half uurtje heb ik wel tijd voor u."
"Kom ik er ook in voor? In die reisnotities?"
"Wat dacht u dan? En voor de goede orde: er valt aan mijn berichtgeving niet meer te tornen!"
"Zie ik je over een half uur?"
"U komt mij ophalen neem ik aan?"
"OK dan... omdat je het zo vriendelijk vraagt."

We zitten in zijn riante bungalow. "Houdt je van wijn?"
"Ik ben een echte wijndrinkster mijnheer X maar als ik u niet ontrief, houd ik het nu graag op een glas Cola. Volgens mijn huisarts in Nederland vernietigt dit drankje namelijk alle nare, vervelende beestjes die in voedsel voor komen wat onder onhygiënische omstandigheden is bereid. Ik heb er in uw kamp derhalve al liters van weggewerkt."
"Ik zoek een manager", valt hij met de deur in huis.
"Dat geloof ik graag mijnheer X en ik begrijp inmiddels ook wel waarom."
"O ja? En waarom dan wel?"
"Kijk mijnheer X... Momenteel heeft u een onbezoldigd manager aangesteld die alleen zijn mond open doet wanneer hij een hap koude rijst naar binnen werkt. Dan kunt u natuurlijk op uw gemanicuurde vingers natellen dat dit project, wat draait op vrijwilligers, uiteindelijk gedoemd is te mislukken. Als zakenman bent u daar echt wel van op de hoogte. U heeft niet voor niets jarenlang een textielfabriek in dit land geleid. U heeft uw tijd echter goed besteed. Door uzelf met dit project als referentie in allerlei internationale netwerken te manoeuvreren heeft u uw doorgroeimogelijkheden reeds lang zeker gesteld. Daarom wilt u uzelf nu terug trekken om op een "ander niveau" met animal welfare aan de slag te gaan. Kortom... U bent een kapitein die als eerste het zinkend schip verlaat mijnheer X".

Enigszins verbijsterd probeert hij tijd te winnen. Langzaam nipt hij aan zijn glas rode wijn...
"Voor een deel heb je gelijk. Maar natuurlijk wil ik wel betrokken blijven bij het Rescue Center."
"Het hangt er maar vanaf wat u onder betrokkenheid verstaat mijnheer X. Deze prachtige stulp heeft u vast niet voor niets gebouwd. Het lijkt mij een heerlijke plek om af en toe te komen uitrusten na uw internationale bezigheden."
Hij begint uit te weiden over allerlei projecten die op stapel staan.
"Allemaal goed en wel mijnheer X, maar wat gebeurt er uiteindelijk met het centrum?"
"Zou het jou niks lijken om hier voor een tijd te komen werken?"
"Als therapeut bedoelt u? Ten behoeve van de vrijwilligers? Dat zou geen overbodige luxe zijn. Ik zou het erg druk krijgen vermoed ik."
"Je begrijpt echt wel wat ik bedoel toch?"
"Zeker mijnheer X. Ik begrijp u best. Zodra ik weer thuis ben, zal ik u een lijst doen toekomen met voorwaarden. Wanneer die door u worden ingewilligd, ben ik bereid om er over na te denken. Ik begrijp best dat het u er alles aan gelegen is om dit project als referentiekader voor uw internationale bezigheden te behouden. Maar dan dient u er wel in te investeren. En niet te weinig."

"Weet je zeker dat je geen glaasje wijn lust?"
"Ik weet het zeker mijnheer X", waarop hij doormijmert over de glansrijke carrière die hem volgens eigen zeggen te wachten staat. “Keep on dreaming baby”, denk ik als ik terug wandel naar mijn kot.

Gedurende de rest van mijn verblijf zie ik Mr. X nooit meer terug...

 De dag van vertrek is daar. Leve de vrijheid! Na de ontberingen in het kamp, bloei ik op als een Japanse roos. Op de valreep mag ik de dierenarts assisteren tijdens de operatie van Soy Tong. Het babyolifantje heeft namelijk een gezwel zo groot als een tomaat achter haar linker oor. Het moet worden weggehaald en nader worden onderzocht. Daar sta je dan met je bakkie waarin de instrumenten liggen te weken in een hopelijk steriele vloeistof. Het infuus hangt in de boom waaraan Soy Tong is vastgebonden. Zij mag dan een babyolifant zijn maar zij is zo sterk als tien beren. Daarom zijn er minstens twaalf man nodig om haar in bedwang te houden. Ondanks dat scheelt het niet veel of mevrouw gaat er met boom en al vandoor.

Voordat de taxi komt, maak ik nog een afscheidsrondje. Langs Cocksucker, een prachtig aapje afkomstig uit de seksindustrie, wat nu nog steeds de hele dag aan zijn piemeltje lurkt waardoor dat regelmatig ontstoken raakt. Langs Andy, de prachtige vogel die zich alleen nog maar kan bewegen zoals een kangoeroe dat doet. Al jumpend, slijt hij hier zijn dagen. Sam, mijn grote vriend die sinds mijn komst alleen nog maar langs het meer wil wandelen en het vertikt om de ene voet voor de andere te zetten als het niet die richting uit gaat. Samson, mijn favoriete hond die, veel te vet als hij is, blijft kwispelen als tien puppy's bij elkaar. QD en Coocky, met wie ik elke ochtend om half zes een stuk ging wandelen rond het meer. Weliswaar verboden voor een vrouw alleen maar dat wás ik toch niet? Met twee van zulke kanjers in de buurt had ik voor mijn gevoel niets te vrezen.
Al die weken vol ontberingen hebben niets afgedaan aan mijn diepe respect en mijn liefde voor de dieren die hier hun dagen slijten. Er zou zoveel meer gedaan kunnen worden. Maar dat bereik je alleen met gezond- en diervriendelijk beleid.

 Nieuwjaar in Thailand. Oftewel Songkran. Songkran is het traditionele Thaise Nieuwjaar. Het geeft de periode aan waarin de zon van het sterrenbeeld Ram overgaat in dat van Stier en dit wordt jaarlijks op 13 april gevierd. Songkran, vroeger niet alleen het traditionele, maar tevens ook het officiële Thaise Nieuwjaar, is in feite verdeeld over drie dagen: van 13 tot 15 april.
In deze periode gaan de bewoners uit de grote steden terug naar hun eigen provincies om samen met hun families dit feest te beleven. Songkran wordt ook wel "het feest van het water" genoemd omdat gedurende de drie dagen iedereen elkaar nat mag gooien met water. Langs de weg staan hele families met emmers water, tuinslangen en waterpistolen klaar om voorbijgangers nat te gooien. Pick-up trucks rijden langzaam rond, vol met mensen die in hun midden een groot watervat hebben staan. Met bakjes gooien ze iedereen nat die ze maar tegenkomen. Vaak hebben ze ergens een groot blok ijs opgehaald om het water ijskoud te maken. Vooral mensen met paraplu’s en nog droge mensen zijn het mikpunt. Sommigen hebben bakjes met wit menthol poeder vermengd met water bij zich om mensen vegen in hun gezicht te geven. Iedereen heeft veel lol en doordat het zo warm is, is het vele water een welkome verkoeling.

Voor dat de dag om is heb ik mijzelf dan ook al drie keer gedouched om de smurrie van mijn lijf te wassen en ook drie keer moest ik andere kleren aan.
Douchen is toch zo'n heerlijke bezigheid. Jawel... met warm water. Ik ben van de hel in de hemel gekomen...

Voor je lol hoef je hier geen sigaretten te kopen. Staan er in Nederland alleen nog waarschuwende teksten op een pakje, hier vergaat je acuut de lust om er een op te steken omdat de teksten zijn gelardeerd met foto's. Bijvoorbeeld van zwart geblakerde longen waarbij met een rode pijl de plek van de ontstane kanker is gemarkeerd. Of een foto van een geel tot groen uitgeslagen gebit. De electronische Supersmoker biedt weliswaar een alternatief maar daar heb ik zoveel bekijks mee dat de lol er snel vanaf is. Vooral kinderen denken dat het een soort tovertruc is. Dus op je gemak een Supersmokertje wegblazen is er niet bij!

 Aangezien Cha-Am niet echt toeristisch is, ben ik een bijzondere verschijning hier. Ik probeer mij op alle fronten aan te passen. Zo zwem ik in een T-shirt met lange mouwen en een korte broek door de warme Golf van Thailand. In een badpak of bikini hoef je hier niet te verschijnen. Roken op straat of het strand is voor een vrouw uit den boze alsmede het nuttigen van een biertje op een terras. Maar aan dat laatste stoor ik mij niet. Zij die mij met deze temperaturen een biertje ontzeggen, mogen wat mij betreft branden in de hel.

 Reeds twee maal heb ik mij overgeleverd aan een Thaise massage. De eerste keer in een luxe resort waar ik mijzelf op mijn eerste vrije dag compleet heb laten verwennen.... inclusief een total bodyscrub! De tweede keer hier in Cha-Am. Ik voel mij inmiddels gebroken. Die kleine Thaise hittepetitjes blijken powermachines!
En zo vliegen de dagen om. Uiteindelijk reis ik door naar Bangkok waar ik nog een dag of drie rondzwerf om uiteindelijk ziek zwak en misselijk door een voedselvergiftiging in het vliegtuig naar huis te stappen. Het was een geweldig avontuur. Zeg nou zelf? Wie is er nou ooit ontvoerd door een olifant?

Pepper's laatste wens...

Het was zo'n mooie gedachte. Ik strooi Pepper uit op plekjes waar ze tijdens haar uitbundige leven graag rond struinde. Een deel van haar stoffelijke resten ligt dan ook in een plastic zakje op de bijrijdersstoel. Wij zijn op weg naar een prachtig natuurgebied waar mevrouw bij leven regelmatig van een modderbad genoot.

 Ik ben de straat nog niet uit of er komen enorme rookwolken onder de motorkap van mijn autootje vandaan. Ook door de ventilatieroosters zweeft rook naar binnen. Hoestend en proestend bereik ik nog net de oprit van een benzinepomp. Ik pak het zakje en de rest van mijn persoonlijke bezittingen, spring de auto uit en ren met de tong op de schoenen het gebouwtje in. HELP! Mijn auto staat in brand! Twee hulpvaardige types van de mannelijke soort bedenken zich geen moment en rennen naar buiten... 

In no time is de motorkap geopend en deinzen de mannen geschrokken achteruit, gehuld in een wolk van veren! Veren? Ja veren! Vogelveren om precies te zijn. Welke halve zool van een vogel heeft gemeend een nest te moeten creëren onder mijn motorkap? Getuige de hoeveelheid veren zal ik dat nooit weten. Het is mij in ieder geval duidelijk dat ik dat beest nooit meer op zijn sodemieter kan geven. Er liggen verdorie nog twee stukjes brood bij ook! 


Nadere inspectie brengt aan het licht dat er wat olie lekt. En wat doe je dan? Dan bel je de ANWB.

Vorig jaar heb ik al een poging ondernomen om van mijn abonnement af te komen omdat door de jaren heen is gebleken dat ik wel betaal maar hen nooit nodig heb. Ik bel daarom op tijd en ga er vanuit dat het geregeld wordt. Totdat er in januari van dit jaar een rekening op de mat valt voor het nieuwe abonnement. Om kort te gaan: mijn opzegging is niet in hun computer verwerkt. Gevolg: verplicht nog een jaar betalen. En nu héb ik wat dus ondanks de ellende blijkt e.e.a. toch nog ergens goed voor. Althans... dat denk ik.

Volgens de mijnheer in de alarmcentrale die mij “mevrouwtje” noemt, heb ik toch pech. Dat ik pech heb is mij inmiddels wel duidelijk want daarom bel ik. Ik heb volgens de heer der schepping weliswaar een abonnement maar zonder woonplaatsservice. En dat betekent eenvoudigweg dat hulp niet onderweg is. Ik merk alras dat vloeken en tieren niet in enig effect resulteert. Wanneer ik bijna geneigd ben om mij in mijn lot te schikken, is er licht aan de horizon. De mijnheer van de alarmcentrale komt met een oplossing. Als ik hem toestemming geef om voor het nieuwe jaar een abonnement af te sluiten met woonplaatsservice dan stuurt hij een mannetje. En wel meteen! Kosten € 143,= Onder zwaar protest heb ik gezegd: doe dat dan maar. E.e.a. in de wetenschap dat ik never en nooit een Euro zou gaan betalen. Ik zou niet kunnen leven met de gedachte dat ik al twee jaar lang een poging onderneem om van mijn ANWB-abonnement af te komen zonder resultaat. 


Het mannetje is er binnen een uur. Met stofzuiger. Voor de veertjes. Maar uh... hoe zit het dan met die olie? Niks aan de hand zegt het mannetje. Waar wilde u naartoe? Ik wilde haar uitstrooien... en ik wijs naar het zakje met een deel van Pepper's resten. Ok... dat gaat dan gebeuren zegt het mannetje. Ik rijd achter u aan voor het geval dat.... Wij zijn nog geen tweehonderd meter op weg of ik zie seintjes en knipperende lichten in mijn achteruitkijkspiegel. Meteen aan de kant. Ik zie nog steeds rook zegt het mannetje terwijl ik mijn peuk in de asbak uitdruk. Ik ook zeg ik. 

Het mannetje kent een garage in de buurt waarmee ANWB regelmatig samenwerkt. Daar rijden we naartoe, parkeren we mijn auto en stappen vervolgens in de grote gele bus die mij netjes naar huis brengt. De volgende ochtend blijkt na contact met de garagehouder dat ik €68,= moet betalen voor het vervangen van een dekseltje van een pakking die gelukkig niet de koppakking is.

Met de ANWB ben ik nog in conclaaf. Ik zou bij nader inzien namelijk niet €143,= moeten betalen maar €193,= Op termijn zou ik dan €143,= terug gestort krijgen en de resterende €50,= zou dan achteraf het bedrag zijn voor de woonplaatsservice van afgelopen jaar waarmee ik dan tegelijkertijd gevrijwaard zou zijn van een abonnement voor het komende jaar. Nou uh... ze bekijken het maar! Meer dan €50,= ga ik dus echt niet overmaken.

Wat is nu de moraal van het verhaal? Waar mevrouw dan ook uithangt over de regenboogbrug (de plek waar overleden dieren naartoe gaan na hun dood) één ding is mij volstrekt duidelijk: Zij wil nergens uitgestrooid worden maar netjes in haar plastic zakje thuis blijven staan. So be it!

Weer thuis...

 En zo kom je dan weer thuis. Het pakketje is keurig bij de dierenarts bezorgd. Een vreemde gewaarwording. Hierin zit mijn hond. Althans, wat er nog van haar over is. Met trillende handen maak ik het open...

Welkom thuis Pepper... Als ik de bijgaande documenten lees word ik op voorhand gewaarschuwd. Ze zit in een plastic zakje. Volgens het crematorium is dit gebeurd op advies van andere dierenbezitters die het blikje met de restanten van hun huisdier hadden geopend terwijl er een windje stond. Hun dier was al weggewaaid voordat de laatste eer bewezen kon worden. Welnu... dat gaat mij niet gebeuren. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Langzaam trek ik het zakje uit het busje. Daar is ze dan. Weer thuis. Ik richt meteen een altaar op met een van haar mooiste foto's, haar halsbandje, een doosje met een haarlok, het blikje met haar stoffelijke resten en een kaarsje natuurlijk.

De dagen daarop word ik knettergek van mezelf. Ik hoor de stilte. Waar is het geluid van de vertrouwde dribbelpootjes op het parket? Waar is dat speciale blafje wat ze blafte als zij zin had in een snack? Waar is het imponerende gegrom wat hoorde bij momenten waarop zij een van haar pluchen beest te grazen nam? En als ik dan een kopje soep eet, laat ik er automatisch een bodempje met ballen voor haar in staan. Nee, je gaat jezelf niet driemaal daags uitlaten. Dat dient geen enkel doel. Het aantal sociale contacten slinkt derhalve aanzienlijk. Ik ben dan ook niet meer op de hoogte van de buurtroddels. 

Evengoed word ik getroost door vele steunbetuigingen! Met name van Pepper's Twittervrienden. Jawel, mevrouw had en heeft nog steeds een Twitteraccount met meer dan 650 vrienden. Honden, katten, leeuwen, vissen, bijen en zelfs een zeemeeuw op Terschelling.  Aangezien mijn "witte gevaar" altijd het hoogste woord blafte, werd haar heengaan Over the Rainbowbridge (de plek waar alle overleden dieren terecht komen) #otrb als schokkend ervaren. Maar Pepper zou Pepper de Poeperd niet zijn als zij daar niet iets op had gevonden. Zij blijkt para-hondiaal-begaafd te zijn. Nooit geweten, maar goed. Daardoor kan zij een open lijntje met  aardbewoners onderhouden. Toen dat eenmaal duidelijk werd, heeft zij OTRB een bijzonder project opgestart. Een soort Opsporing Verzocht zullen we maar zeggen. Zij spoort vriendjes op voor aardbewoners die graag nog contact willen met hun huisdier wat OTRB is gegaan. Wonder boven wonder loopt het project als een tierelier. Er vinden emotionele herenigingen plaats die hun weerga niet kennen. Er worden foto's uitgewisseld, mooie herinneringen opgehaald en knuffels uitgedeeld. Dat is ook de reden waarom Pepper's Twitteraccount in de ether blijft: @globetrotter53 kortom, Mevrouw de Pepperoni, alias Pepper de Poeperd leeft voort.

Een laatste groet...

 Vanmiddag 01-10-2014 om 13.00 uur is mijn allerliefste Peppertje ingeslapen. Laatste ultieme kans was de fysiotherapeut die vanuit zijn beroepsethiek heeft moeten beslissen dat hij haar niet meer kon helpen. Vanochtend kreeg zij te kampen met twee verlamde achterpoten en ondraaglijke pijn nadat zij al eerder verschillende uitvalsverschijnselen aan haar pootjes had gehad. De pijn was té erg, haar gekrijs ging door merg en been. Ik wilde “mijn schaduw”niet loslaten. Bijna 15 jaar maakte zij .....of eigenlijk bepaalde zij....mijn leven. Maar er was geen andere manier dan haar verlossen van die vreselijke pijn waaraan geen pijnstiller meer hielp. In mijn armen is zij ingeslapen. Ik zal haar vreselijk missen.

Ik wil haar de laatste eer bewijzen met dit filmpje http://youtu.be/UKqWTBu9BQE

Ik dank Eelco (Peppers dierenarts “Polletje”) en zijn team voor alle inspanningen die zij hebben geleverd, al haar vriendjes op haar Twitteraccount (633 volgers) wat zij met verve bijhield, en iedereen die lief voor haar is geweest.

  

 Hartelijke dank voor de overweldigende, hartverwarmende en vooral troostrijke blijken van medeleven bij het overlijden van mijn lieve Pepper. Vrijdagochtend om 9.24 uur is zij gecremeerd. Geen pillen, geen spuiten en vooral geen pijn meer. Bijna 15 gelukkige jaren lang was zij mijn schaduw, mijn steun en toeverlaat, mijn reispartner, mijn psycholoog, mijn knuffelbeest en het enige levende wezen op deze aardkloot van wie ik tegenspraak duldde. Ik zal haar vreselijk missen en ik hoop dat alle mooie herinneringen aan haar uiteindelijk de pijn van het verlies zullen verzachten. Als zij een dezer dagen thuis komt in “een busje” breng ik haar as naar alle lievelingsplekjes waar zij zoveel plezier heeft gehad. Pepper heeft een VIP-treatment meer dan verdiend. Vaarwel lieverd....

Weggegooid geld...

Alsof het aangenomen werk is. Je staat er bij en je kijkt er naar. Maar wat kun je doen? Zij is onmiskenbaar haar beroep misgelopen. Dat blijkt. 

Chirurg of patholoog anatoom had zij moeten worden. Want Mevrouw De Pepperoni "verslindt" soortgenoten alsof het een lieve lust is. Zij heeft plezier in haar werk. 

Derhalve sneeuwt het regelmatig. In mijn huiskamer… of in die van mijn moeder. Witte pluizen, vlokken oftewel "ingewanden" worden met verve de omgeving ingeworpen. Je zult maar een pluchen beest zijn…! 

De insicie , zo kunnen wij gevoeglijk vaststellen, is bepaald niet met zorg uitgevoerd. Maar dat laat zich raden. Zo gauw "de opening" is gemaakt, is het eind zoek. Darmen, lever, hart en nieren. Ze verdwijnen meedogenloos in het grijpgrage bekkie van Mevrouw De Pepperoni om vervolgens "ins blauwe hinein" te worden uitgespuwd.

 Schande! Commando’s als "af… liggen… en bibberen…"  missen op alle fronten hun uitwerking. Daar ben je dan voor naar de hondenschool geweest.  Weggegooid geld!

En als het gebeurt, gebeurt het altijd in het weekend wanneer het dierenartsentarief de pan uit rijst. Zaterdagavond rond de klok van 22.00 uur zorgt Doos voor heel wat consternatie. Haar onbeschrijflijke nieuwsgierigheid heeft haar al eerder in de problemen gebracht maar dit slaat alles. Zij komt naar mij toe sprinten...angstige ogen...bekkie wijd opengesperd. Mevrouw probeert te kokhalzen maar dat levert blijkbaar zoveel pijn op dat er een vreselijk gekrijs wordt voortgebracht. Pepper en Deksel komen direct op de angstschreeuw af en zelf sta ik als aan de grond genageld. Doos heeft ongetwijfeld iets in haar keel wat er niet hoort te zitten maar nadere inspectie levert niets op. Wat is er in Godsnaam aan de hand?

   

Ik vlieg naar de telefoon en bel onze dierenarts die natuurlijk geen weekenddienst heeft. Dat zul je altijd zien. De telefoonbeantwoorder verwijst mij naar een arts die zo'n vijf kilometer verderop haar praktijk heeft en dienst doet dat weekend. Vijf minuten later zit Doos in de reismand en race ik als een bezetene naar het opgegeven adres. Onderweg denk ik soms dat ze stikt maar ik kan gewoon niet harder rijden zonder dat ik mijzelf, Doos of andere weggebruikers in gevaar breng.

Een uitgebreid onderzoek volgt maar levert niets op. Doos moet worden opgenomen en onder narcose gebracht zodat de arts beter kan kijken. De arts belooft mij 's nachts te bellen hoe het onderzoek gegaan is. En dat doet zij. NIETS! Afwachten dan maar hoe Doos de nacht door komt. Zelf doe ik geen oog meer dicht en doe af en toe een schietgebedje zoals te doen gebruikelijk wanneer de nood hoog is.

 De volgende ochtend om half negen sta ik bij de dierenarts op de stoep. Doosje loopt dan doodgemoedereerd over het bureau van de arts te paraderen, heeft gegeten en gedronken en komt meteen kopjes geven. Dit is toch de bloody limit! Niks aan het handje maar wel 113 Euro contant(je)! En nu vraag ik mij toch af of zij niet gewoon zin had om eens een nachtje elders te logeren. Ik zal het nooit weten....

  

Tja... weggegooid geld. Ook zoiets: Haarballen. Daar heeft ie last van. Kneus is bijna zestien jaar en meent om de zoveel tijd de vloerbedekking in het huis van mijn moeder te moeten verfraaien met een of meerdere haarballen. Nou ja ballen... Zij zien er eigenlijk niet als zodanig uit. Het zijn meer slijmerige slierten ondefinieerbare prut. Het behoeft geen betoog dat mijn moeder hier niet gelukkig mee is.

  

Diervoederfabrikant Whiskas heeft dit probleem onderkent en pilletjes op de markt gebracht welke na inname dienen te voorkomen dat zo'n haarbal uberhaupt ontstaat. Het ei van Columbus dus! Ik meteen een doos gekocht en die gedeponeerd in de mand met poezen- en hondensnacks die al sinds jaar en dag in mijn keuken staat. 

  

Het is zaterdagmiddag. Krantje, drankje, hapje. Vrienden aan de telefoon. Kortom... gezellig. Moet ik uiteindelijk in de keuken zijn. Op de grond ligt de doos waarin de pillen zaten. Verbaasd raap ik hem op om vervolgens te constateren dat ie leeg is! O jee...

Doos, Deksel en Pepper kijken mij aan met een blik van: het was een van de drie maar ik nie... De schrik slaat mij om het hart. Temeer omdat ik op de beschrijving lees dat een pilletje per dag voldoende is om het probleem op te lossen. Welk een effect moet dan een hele verpakking wel niet hebben? En wie o wie is die schrokkert?

 Ik bel mijn dierenarts. Per slot van rekening is dit een noodgeval. Hij voorziet in eerste instantie geen problemen. Het zou kunnen dat de zondaar of zondares wat last van buikpijn of "waterige ontlasting" krijgt... de spuitpoep dus! Meer problemen zijn volgens mijnheer de dierendokter nauwelijks te verwachten.

Aanzienlijk opgelucht observeer ik het ondeugende drietal. Nauwlettend houd ik in de gaten wanneer de eerste symptomen zich voordoen. Wat gebeurt er? Letterlijk en figuurlijk GEEN BAL... geen spuitpoep... noch buikpijn. 

Tja mijnheer of mevrouw Whiskas...Mij lijkt dat wat extra laboratoriumtesten nodig zijn om de werking van dit product te optimaliseren. Een pilletje per dag zou voldoende zijn? Zelfs na een hele verpakking is een bal ver te zoeken. Enne... de beesies hebben er duidelijk ook geen bal aan. Weet u? U kunt de ballen krijgen!  

Beestachtige Kerst...

Jawel... daar komen zij weer voorbij: Mijn hond Pepper met een blik in de ogen van "er staat een paard in de gang". Op haar rug krolse poes Doos. Vastgeklampt aan de witte, warrige haardos van Pepper houdt zij haar lieftallige derrière fier en strak gespannen ten hemel geheven. Alsof zij beseft dat daar doorgaans alle zegen vandaan komt.

 Nu heb ik Pepper wel eens snauwerig tegen Doos horen blaffen dat deze dame haar rug op kon maar dat een en ander zich op een dag ook daadwerkelijk zou voltrekken, heb ik niet voor mogelijk gehouden. Ik ben er dan ook absoluut van overtuigd dat Pepper de consequenties van haar uitspraak niet op voorhand heeft kunnen voorzien. Maar goed...dan moet zij maar beter op haar blaffen passen.

 Het duo stevent af op de kerstboom. In deze tijd van het jaar dient men nu eenmaal zo'n boom op te tuigen. Mij moet echter van het hart dat ik er meer last van heb dan gemak. Een dergelijk object met prachtig glanzende ballen en glinsterende sterren heeft nu eenmaal een enorme aantrekkingskracht op mijn huisgenoten. Zij gedragen zich onder deze omstandigheden dan ook bepaald niet als lieverdjes.

Maken wij de balans op van de afgelopen week dan kunnen wij gevoeglijk vaststellen dat zij reeds twee dozen kerstverlichting en een fiks aantal ballen naar de Filistijnen hebben geholpen. Evenwel zonder geëlektrocuteerd te worden. Dat had er nog eens bij moeten komen. 

Teneinde incestueuze vrijpartijen te voorkomen, is mijn besluit om Doos' broer Deksel van zijn mannelijkheid te beroven al in een vroeg stadium genomen. Dit heeft tot gevolg gehad dat hij zich absoluut geen raad weet wanneer zijn zus met opgeheven kont al haar charmes in de strijd gooit.

 Na enige verwoede pogingen om Deksel's aandacht te trekken, houdt zij het dan ook voor gezien en gaat op zoek naar een andere vrij-kandidaat.

 Niet dat Pepper er méér verstand van heeft. Hoewel? Zij meent in ieder geval met zekere regelmaat haar liefdesperikelen te moeten botvieren op een pluchen eend die zij dan hartstochtelijk bespringt en op brute wijze de zevende hemel laat zien.

 Deksel staat daar dan naar te kijken alsof hij water ziet branden. Doos heeft al snel begrepen dat Pepper een betere, wat meer ervaren kandidaat is om haar lusten op te botvieren. Maar het blijft behelpen. Dat sowieso.

Zo is het er in geslopen. Tijdens krolse periodes moet Pepper het derhalve ontgelden. Het dynamische duo stevent zoals gezegd linea recta richting kerstboom waarin de derde nieuwe kerstverlichting van dit jaar nog maar juist is aangebracht. In no time is de chaos compleet. De enorme snoekduik heeft bepaald desastreuze gevolgen. Zeker voor mijn portemonnee.

   

Volgend jaar stuur ik hen gedrieën op wintersport zodat ook ik eens van een heerlijke, rustige Kerst kan genieten...

Tentkraker...

Op een goede ochtend worden wij gewekt door nieuwe buren. Nederlanders. Zij hebben iets ontdekt. Achter ons tentje, in het Portugese Faro bij nummerpaneel 132 (het plaatsnummer), liggen drie kittens van hooguit anderhalve week oud. Of ik weet waar die vandaan komen?

Natuurlijk weet ik dat niet maar ik ga van het standpunt uit dat zij in ieder geval een moeder hebben die hen voedt omdat zij er redelijk gezond en weldoorvoed uitzien.

Evengoed liggen zij daar in hun uppie te krijsen alsof hun leven er vanaf hangt. Een grijze (grote broer) en twee zussen (wit, met hier en daar een beige vlek). Ik zeg: "Don´t worry", tegen de Nederlanders. "Het is ok. De moeder komt hen wel halen!" En zo begint een hoogst interessante geschiedenis......

Jazeker, de moeder komt hen halen. Twee van de drie. Maar die ene, haar zoon, laat zij liggen. Pepper en ik houden uren de wacht maar de moeder komt niet terug. Ook niet tijdens de nacht. Zondagochtend tegen een uur of vijf dopen wij de vondeling SOLO en nemen hem liefdevol op. Natuurlijk voelen wij ons geroepen om stappen te ondernemen. Het arme beest heeft namelijk niets te drinken. Aangezien noch ik, noch Pepper persoonlijk moedermelk kan ophoesten c.q. leveren, vertrekken wij gezamenlijk om 8 uur in de ochtend naar de enige dierenkliniek die Faro rijk is. Er van uit gaande dat zich aldaar wel een voorraadje vervangende moedermelk bevindt, hebben wij goede hoop dat Solo een kans maakt. De teleurstelling is dan ook enorm als blijkt dat er geen voorraad is. Portugal!!!

Desondanks schrijft de dierenarts een alternatief recept uit: 1 liter vette melk. 1 Pakje slagroom. 1 Eierdooier. Het zaakje mixen en in een babyfles met speen schenken. Daarna om de twee uur voeden. Dat hebben wij dus mooi voor elkaar! Waar haal je in Godsnaam op zondagochtend al die boodschappen vandaan?

Om een lang verhaal kort te maken, vinden wij na een uur rijden een mini-supermarktje dat open is. Daar slaan wij de ingrediënten in. Vervolgens weer een uur terug! Onderweg zit ik flink in de stress. Hoe houd je in Godsnaam dat spul goed in de brandende zon zonder koelkast!? Het gaat ongetwijfeld al aan het schiften nog voordat ik het überhaupt in de fles kan gieten die ik (inclusief speen) in de kliniek heb gekocht.

God zij gelooft en geprezen want Solo drinkt! Wij hebben nog nooit zo´n gulzig tiepetje gezien. En wij zijn zeer gelukkig als hij na een aantal met liefde uitgevoerde buikmassages begint te poepen!

Solo reist met ons mee in mijn broekzak. Na een paar dagen hebben wij een huis voor hem ingericht zodat hij in de schaduw bij de tent kan slapen. Pepper beschermt en likt het dier alsof het haar eigen kind is! Het doosje... Solo´s huis... heeft een "dak" en luchtgaten.

 Dan is het woensdag. Ik geef Solo de eerste voeding van de dag om 6.00 uur. Daarna ga ik koffie maken. Het waait nogal. En wanneer dat het geval is, moet je een engelengeduld hebben. Waarom? Welnu.... Wij zijn in het gelukkige bezit van een gasbrandertje met 1 pit. Volgens de beschrijving kan het apparaat een liter water koken in vijf minuten. Behalve wanneer het waait! Dat hebben wij althans inmiddels proefondervindelijk vastgesteld. Logischerwijs wordt dat niet in de gebruiksaanwijzing of de beschrijving vermeld want dat zou de verkoop van het apparaat aanzienlijk reduceren. Wij hebben ons dus weer eens laten beetnemen want wanneer het waait, kan het wel zo´n drie kwartier duren alvorens wij de bubbels, die aangeven dat het kookproces is voltooid, mogen ontwaren.

 Het waait dus. Wij besluiten daarom geen extra gas te verspillen en te wachten totdat het restaurant op de camping haar deuren opent. Wachten kan lang duren maar uiteindelijk geniet Pepper van een bak water en ik van een dubbele espresso. Alles bij elkaar hebben wij ons bivak ongeveer drie kwartier verlaten, terwijl Solo rustig in haar nest ligt te ronken. Althans, dat denken wij. Want bij thuiskomst staat ons een vreselijke verrassing te wachten. Solo is verdwenen! Wij mobiliseren vervolgens zo goed als de halve camping om mee te helpen met zoeken maar dat leidt niet tot een positief resultaat. Solo is en blijft weg!

 Het vreemde aan deze geschiedenis is wel het feit dat wij Solo´s huis met het dak afgesloten hebben achtergelaten en het bovendien in dezelfde staat hebben terug gevonden. Het kan dus absoluut geen hond of kat geweest zijn die Solo heeft weggehaald. Pepper en ik zijn ontroostbaar maar moeten ons uiteindelijk schikken in ons (nood)lot.

Wat overkomt ons echter een dag later?

De hippie van de camping (een Engelsman, reizend in een camper waarop hij de beroemde leger-camouflage-kleuren heeft aangebracht), komt aanlopen met een mand. Dave, zo heet hij, kent de situatie met betrekking tot het Solo-verhaal en heeft gemeend ons te moeten verblijden met de zus van Solo, die zich in de mand onder zijn arm bevindt. Hij beweert bij hoog en bij laag dat de moederpoes (die ik inmiddels ook ken) niet meer voor haar wil zorgen en vraagt met een imponerende "trouwe-honden-ogen-blik" of ik dat dan maar wil doen?! Nou ja, sinds het vreselijke avontuur met Solo kan ik natuurlijk geen nee zeggen en nemen wij Solo2 liefdevol op. Per slot van rekening hebben wij de fles met de speen nog! Maar die moet wel weer worden gevuld. Wederom rijden wij derhalve richting supermarkt om de ingrediënten voor de inmiddels bekende mix aan te schaffen.

 Door schade en schande wijs geworden, nemen wij het besluit om Solo2 niet meer buiten de tent te huisvesten maar erin. Wij geloven heilig dat dat een goede beslissing is maar wij hebben het mis en kunnen op dat moment nog niet vermoeden dat wij uiteindelijk ons vertrouwde groene tentje zullen kwijtraken.

De moederkat namelijk, waarvan de hippie beweert dat zij niet meer naar haar jong omkijkt, heeft gemeend een tegenoffensief te moeten inzetten en wel met een voor haar bijzonder succesvolle strategie: Tijdens onze afwezigheid heeft mevrouw de moederpoes zichzelf onze tent ingevreten!!!! Pepper en ik komen terug van een korte strandwandeling als wij enige beweging in onze tent ontwaren waarvan wij gevoeglijk kunnen aannemen dat die niet wordt veroorzaakt door de super kleine Solo2...

Met Pepper in de achterhoede probeer ik heel langzaam de ritssluiting van de tent te openen. Binnen een fractie van een seconde sta ik oog in oog met een verdomd agressieve moederpoes die zich razendsnel uit de voeten maakt en vanonder een struik al blazend maar toch afwachtend, toekijkt wat er verder gaat gebeuren. Nadere inspectie in de tent levert Solo 2 op... met een natte nek. Klaarblijkelijk heeft moederlief geprobeerd haar dochter in de bek mee te nemen door het flinke gat wat zij in de tent heeft gevreten. Maar aangezien wij haar op heterdaad betrapten heeft zij moeten vluchten. Vanonder de struik loert zij naar ons. Grommend en blazend. Ik pak Solo 2 en probeerde haar terug te geven. Gelijk een bliksemflits schiet zij naar voren, grijpt Solo 2 in haar nekvel en rent als een Hazewindhond weg. Pepper en ik voelen ons verdrietig en gelukkig tegelijkertijd. De moeder wil dus wel degelijk voor Solo 2 zorgen!

Wij echter, hebben opeens te maken met een enorm gat in onze tent. Logisch dat dat dicht moet. Het lukt uiteindelijk met een stuk gaas waar behulpzame campingbewoners een dag later mee komen aanzetten. Maar dan zitten wij reeds onder de muggebeten en krabben ons helemaal het leplazarus! Evengoed zijn wij blij met het gaas wat ik met behulp van naald en draad bevestig. Over het gat heen. Zo gaat het wel weer. Althans.....dat denken wij.

 Het gaat stormen...! Heel hard dus. Niet zo maar eentje. Om een lang verhaal kort te maken... onze huisvesting is compleet in elkaar gestort! De tentstokken zijn gaan splijten en hebben zich door het doek geboord waardoor er flapperende flarden zijn ontstaan die zo´n herrie maken in de wind dat wij de slaap niet meer kunnen vatten.

Dat wat nog van ons tentje over is, binden wij s´nachts met behulp van tuien vast aan twee bomen totdat het licht wordt en wij de schade kunnen opnemen. Nou heeft het daar niet licht voor hoeven worden want wij vreesden toch al het ergste en wij hebben gelijk!

Op zich een aardig avontuur natuurlijk maar wij moeten onze plannen toch maar bijstellen. Het gaat erom of wij zullen besluiten om een nieuwe tent te kopen of eerder dan gepland te verkassen naar de camping in Salema alwaar ons een caravan in het vooruitzicht is gesteld. En wel omdat ik akkoord ben gegaan met een baantje in de receptie en de campingwinkel.

Uiteindelijk zijn wij teruggekeerd naar Salema en hebben ons geïnstalleerd in de caravan MET koelkast, MET gas, MET elektriciteit! Wat een luxe! Maar wij moeten ook weer een keer naar huis.... In een tentje.....

 Het was een tof groen tentje. Zowaar heeft het eerdere windvlagen getrotseerd maar deze storm was teveel voor haar. Juist omdat wij zulke goede herinneringen aan haar hebben, menen wij haar met enig ritueel te moeten begraven op een plek waar zij mooi uitzicht heeft. De Pepperoni helpt mee met het delven van het graf en wij nemen afscheid op het strand van Ilha do Ancao waar zij haar laatste rustplaats heeft gevonden tussen de Atlantische Oceaan en de prachtige lagune. 

Angstvallig avontuur in Fins Lapland...

Mijn alfahond loenst als Barbara Streisand. Desondanks volgt het vijfkoppig Husky-span haar blindelings. Wat een moed! Mij is diezelfde moed reeds in de snowboots gezonken. Ik denk namelijk dat een van de aanvoersters van mijn hondenteam -Kia genaamd- niet alleen scheel maar ook doof is. Doorgaans articuleer ik vrij goed. Mevrouw Kia echter doet voorkomen alsof zij geen snars van mijn commando's begrijpt. En die smeer-LAP van een gids staat maar te grijnzen. Elke keer als ik probeer om een frontale botsing met een boom te voorkomen en daartoe een onvermijdelijke snoekduik neem in de zachte poedersneeuw, kijkt hij meewarig een andere kant op. Alsof hij het allemaal niet wil weten. Door het schuddebuiken blijft hij vast warm. Mijn musher... Want zo noem je iemand die weet hoe je met deze prachtige honden dient om te gaan. Zijn naam is Mutsie. Hij runt de Huskyfarm waar ik mij voorbereid op een trektocht van een paar dagen door de Fins Lapse wildernis.Teneinde aan het gevoel om op zo'n slee te staan te wennen alsmede val- en stuurtechnieken te leren, wordt in aanvang door de musher een sneeuwscooter "ingespannen". Ik voel mij absoluut de grootste kluns van Lapland. Hoestend en proestend glijd ik achter die scooter aan waarbij de gedachte aan overleven steeds meer betekenis krijgt. De uitlaatgassen van het apparaat bedwelmen mij dermate heftig zodat het lijkt alsof ik de slag al te pakken heb.

  

Zoals het er nu uitziet vertrekken we vanmiddag. De beeltenis van de Heilige Christoffel zit in mijn heuptasje. De beschermheilige van de reiziger. Hij heeft mij tot op heden op al mijn reizen vergezeld en beschermd dus ik hoop dat hij deze week geen vakantie heeft!

Als de honden al niet hijgen, doe ik het zélf wel bij de aanblik van Mutsie's slee wanneer wij op het punt staan om aan de tocht te beginnen. Nu is het niet zo dat ik dozen met diep gevroren frikadellen of kroketten had verwacht opgestapeld te zien maar een zo goed als lege slee baart mij grote zorgen. Wat gaan wij in Godsnaam eten onderweg? Ik laat niets merken want de inmiddels vertrouwde, meewarige blik van mijn musher kan mij bepaald gestolen worden! Wat is het erg om overgeleverd te zijn aan zo'n "muts". Zeker als ik mij realiseer dat ik daar nog zelf voor gekozen heb ook! Ik moet hem vertrouwen maar dat gaat eerlijk gezegd niet van harte... Liever zet ik in op de honden. Maar of dat ook nog zo is als mijn hondensnacks op zijn, valt nader te bezien.

Pavu, Kia, Victor, Candy, Yutsie en Hoss. Mijn team! Wij gaan het maken! Onder aanvoering van Muts. Boris, Kamamotu, Zoomit, Gaiissa, Sep en Suzy behoren tot Muts zijn team. De aanblik van die zo goed als lege slee doet mijn maag op voorhand rammelen. "Follow the leader", roept Muts. Nou dat moet je net tegen mij zeggen. Pavu voelt mijn ongenoegen blijkbaar door de lijn vibreren en anticipeert op de situatie. Na een kilometer of drie slaat hij gewoon links af een maagdelijk wit pad in. Tja...wat kun je doen als je op dat moment opeens niet meer weet wat de commando's zijn waar je gedurende de voorbereiding zo op geoefend hebt? Go with the flow dus. In de verte hoor ik Muts schelden. Voor de rest is het wel mooi hier.

 "Pavu....Seis!” Ha ha ... Hertman weet het weer. Pavu stopt meteen. Hoe moet je ook alweer omdraaien? Hoss en Yutsie vinden deze situatie wel grappig blijkbaar. Die willen allebei een andere kant uit. Net op dat moment komt Muts met zijn team de bocht om zeilen. Het is gedaan met de pret. Zijn meewarige blik heeft wederom impact en dat is zwak uitgedrukt. De meester brengt ons uiteindelijk op het goede spoor en ik beloof om "volgzaam" te zijn.

Weliswaar zit er een halve doos vaseline op mijn gezicht maar ik voel toch hoe de koude wind de tranen uit mijn ogen blaast. Wij laten het bos achter ons en steken een groot bevroren meer over. Als een speer! Ik voel minder spanning in mijn spieren. Ik wieg relaxed mee. That's the way to do it. "Hush Pavo! Good boy!" Een gevoel van euforie overmeestert mij. Mijn team loopt zich uit de naad. Een geweldige ervaring.

 "The Leader" zoeft zo'n dertig meter voor mij uit. Ik voel mij helemaal geweldig. Wat gaan wij snel! Af en toe kijkt Pavu achterom. Met mijn rechterarm wijs ik dan vooruit zodat hij weet dat hij het fantastisch doet. Kia kan het goed met Pavu vinden. Beide honden voeren ons team aan. Victor en Candy lopen middenin en Yutsie en Hoss, de twee sterksten, lopen het dichtst bij mijn slee.

Wat een eindeloze witte vlakte. In de verte zie ik bomen. Uiteindelijk bereiken wij dit bos. Het gevoel van vrijheid maakt plaats voor een gevarendriehoek in mijn hoofd: OPLETTEN! Al die bomen maken het er niet gemakkelijker op. Ik leg mijn lot in handen van Kia en Pavu maar probeer wel zelf de track van Mutsie te volgen. Opeens zie ik hem niet meer. Toch probeer ik het spoor te volgen dat met een scherpe bocht naar rechts draait. "Rechtsaf Pavu" gil ik maar daar begrijpt hij natuurlijk helemaal niets van. Net op tijd herinner ik het mij weer: “Pavu Oikealle!” wat zoiets als rechtsaf betekent. En dat voorkomt een frontale botsing met drie bomen. Recht zo die gaat. Het leven is mooi!

Na een kilometer of 30 moet ik plassen en heb ik honger. Dat maakt mij overmoedig. "Hush Pavu"! Ha ha lachen....we halen Mutsie in! Die kijkt verbaasd achterom...."5 kilometers", schreeuwt hij. Moet ik dan nog 5 kilometer mijn plas ophouden? Holy Moses... wat een type!

 De keuze is simpel: Of ik plas mijn thermo-ondergoed vol, of ik houd het nog 5 kilometer uit. Dat laatste lijkt mij het meest verstandig wil ik straks niet in een stijf bevroren thermo-broek moeten stappen.

Het begint te sneeuwen. De vlokken striemen in mijn gezicht.

Wat eten wij vanavond? Nog steeds niks gehad! Hoewel... dat klopt niet helemaal. Op onze eerste stop haalt Muts een thermoskan met "gezond bessensap" tevoorschijn. Mijn God... eindelijk! Gezond en voedzaam is de boodschap. Helaas ben ik nu aan de schijterij. Door de bessen neem ik aan. En da's lastig. Gelukkig glijdt Muts voor mij uit en zit er geen team achter mij. Anders was dat al lang bezweken aan de meest waanzinnige luchten die ik voor mijn gevoel produceer. De vraag blijft: Wat eten wij vanavond?

Ik zou de hut bijna voorbij glijden. Er ligt zeker een meter sneeuw op. Muts krijgt de deur niet open maar uiteindelijk lukt het dan toch. Als ik er binnen kom is de schrik groot. Er liggen vier rendierhuiden op de grond... ik zie wat schappen, banken, een tafel, een kast en er staat een soort vuurkorf in de hoek.

Wat eten we vandaag Muts? Het enige wat hij heeft meegenomen op zijn slee zo lijkt het, is voer voor de honden. Ik neem dus aan dat wij dat ook gaan nuttigen? O jee... Hertman aan het hondenvoer.

De dogs moet ik naar voorbeeld van mijn gids vastleggen aan een boom. Vervolgens word ik het bos ingestuurd. Letterlijk en figuurlijk. Het is de bedoeling dat ik thuiskom met droog hout. Ja daaaaaag! Waar haal je droog hout vandaan als het nog steeds sneeuwt?

De heilige Christoffel en mijn engelbewaarder hebben geen vakantie zo blijkt. Na zo'n honderd meter ploegen door de sneeuw kom ik bij een soort vakantiebungalow. Niemand te bekennen. Doodse stilte. Onder een afdak liggen massa's openhaardhout. Thank you Lord! Ik steel vier blokken. De Heer zij gelooft en geprezen. Hij vindt het vast niet erg en voor mijn gevoel, heiligt het doel de middelen.

 Supertrots kom ik er mee aanzetten. Is Muts weg. Maar de twaalf honden zijn blij om mij te zien en dat telt! Muts is in geen velden of wegen te bekennen. Dat duurt echter maar vijf minuten. Daar is hij weer. "Come you!", zegt hij. "Maar de honden hebben nog niks gehad", zeg ik. Ik ook niet trouwens, buiten dat verraderlijke bessensap.

Een grote mand wordt van de slee gehaald en gevuld met krachtvoer. De beestjes vallen er met z'n allen op aan. En ik dan? "Come you", zegt Muts. Ik krijg een touwtje met een haak in mijn handen geduwd. Daaraan zit een blinkertje... een soort kunstvisje. Het kwartje valt. Ik word blijkbaar geacht om mijn eigen avondmaaltijd bij elkaar te gaan vissen in een bevroren meer. Muts volgt met een soort uit de kluiten gewassen kurkentrekker in zijn hand. En jawel hoor! Nou moet je je voorstellen dat je hongerig en wel aan de rand van een door Muts geboord wak, je kont aan het ijs laat vast vriezen in afwachting van een vis die wellicht genegen is om een hap te nemen van het blinkertje aan jouw haak. Dit wil je dus niet weten. Dit gaat nooit meer goed komen. Ik voel het.

Ondanks alle consternatie vang ik een vis.

Terug in het basiskamp moet er vuur komen. De meester gaat aan de gang. Hij vindt het hout prima maar de blokken zijn te groot om in een keer te kunnen ontbranden. Hij haalt een papiertje uit zijn zak, wat droog gras en iets wat lijkt op een pluk watten. Nu wil hij dat aansteken met....ha ha ha ...een aansteker! En verdomd! Mijn broer Jan had mij er al voor gewaarschuwd. Het gas in een aansteker ontbrandt niet bij dergelijke lage temperaturen. Een rasechte Lap had dat toch moeten weten? Dit moet het lot zijn...mijn moment is gekomen. Eindelijk kan ik die door God vergeten Muts overtroeven. Met mijn kunstje: de Zippo! Een vriend heeft het apparaat aan mij geleend en nu gaat dat zijn dienst bewijzen! De Zippo, vol met benzine, gaat mij verlossen van die arrogante kwal met zijn meewarige blik in die rare groene ogen en het is meteen bingo. Nadat ik met de Zippo het papiertje heb aangestoken, laat ik Mutsie blazen. Op mijn commando! Ik zal hem verdorie leren. Blazen! Het duurt wel even, dat moet gezegd maar dan kan ik hem er aan prikken. Mijn vis! Aan een grote tak... Roosteren dat beest! Ik neem uiteindelijk de eerste hap. Het is mijn vis en Muts mag blij zijn dat hij er überhaupt van mag proeven!

Fins Lapland of all places... Is het hier nog leuk? De Zippo-affaire geeft mij weer zelfvertrouwen.

 Ik heb overal pijn. Vooral in mijn armen, mijn gezicht en mijn rug. En ik ben maar vier keer met slee en al omgesodemieterd...

We stoken het vuur na de maaltijd -1 grote vis voor ons tweetjes!- goed op en ik heb zin om mijzelf op de rendierhuiden te storten. De honden moeten buiten blijven. Zonder enige beschutting. Een paar keer ga ik nog bij hen kijken. Stiekem een peuk roken! Ik ben echt doodop. Als ik de hut weer binnenkom is er een olielampje aan en liggen er twee slaapzakken op de grond. Muts kijkt mij aan en zegt: "You'll survive”. Ik ben te moe om na te denken en kruip in mijn thermo-ondergoed de slaapzak in. Ik merk niet eens meer dat de lamp uit gaat. Het is 21.00 uur...

Het ontbijt de volgende ochtend blijkt om 07.00 uur te zijn. Het bestaat wederom uit een paar slokken van het inmiddels beruchte bessensap. Bij gebrek aan wat anders neem ik toch een paar teugen in de hoop dat mijn darmen er vandaag beter tegen kunnen maar ik heb er een hard hoofd in.

Muts heeft alleen zijn eigen honden ingespannen. Welnu... het eerste half uur ben ik dus onder de pannen want het is een secuur werkje. Ik laat mijn ongenoegen niet blijken en ga er, nadat ik even met mijn hondjes door de sneeuw heb gerold, vrolijk aan beginnen. Ik zal hem de lol niet gunnen. Om 08.00 uur gaan wij op weg. Verder de witte wildernis in. En die is mooi! Ontroerend zelfs! Als Muts zijn kop maar houdt!

Nadat wij het immense, bevroren meer zijn overgestoken waaruit ik gisteravond ons diner heb gevist, voert de tocht over geaccidenteerd terrein. Af en toe heb ik het idee dat ik vlieg. Vooral wanneer we bergafwaarts glijden en ik alle zeilen bij moet zetten om mijn hondenspan niet van achteren aan te glijden. De slee gaat in zo'n situatie namelijk soms harder dan mijn beestjes kunnen bijhouden. Het is zaak om de middelste lijn, waaraan het zeskoppige span twee aan twee is aangespannen, constant strak te houden maar dat lukt niet altijd omdat ik het veel te druk heb om mij zelf staande te houden! Kia kijkt af en toe om met een blik van: Toe maar meid... maak je geen zorgen. Ik regel hier de boel wel met mijn team. Wat ben ik trots op mijn span! Muts is geloof ik niet zo goed gemutst vandaag. Hij glijdt zo'n 40 meter voor mij uit en kijkt nauwelijks achterom...

 Vanochtend heb ik mijzelf gewassen met Nivea reinigingsdoekjes die ik overigens ook als toiletpapier gebruik. Jawel... het is gelukt! Achter de hut heb ik een kuil in de sneeuw gemaakt en ben daar maar boven gaan hangen toen de drang te groot werd. Je moet toch wat? Ik vermoed dat Muts gisteren hetzelfde gedaan heeft toen hij opeens van de aardbodem leek te zijn verdwenen. De honden poepen overigens tijdens het rennen zodat, als je niet oppast, de drollen om je oren vliegen. Aanvankelijk vind ik dat zo zielig dat ik op de rem ga staan. Dit tot grote woede van Muts die dan keihard: "Go go go" begint te roepen. "Maar ze moeten poepen man! Jij poept toch ook niet terwijl je rent?" Niks mee te maken. Go go go! Ik kan er niet zo goed tegen en dat is zachtjes uitgedrukt!

Mijn gedachten dwalen af en ik let niet op. De slee raakt een boomstronk, helt over naar links en KLAP... daar lig ik weer sneeuw te happen! Ik zie nog net de achterkant van mijn slee over de track verdwijnen en ik kan het lange touw wat er voor dit soort calamiteiten achteraan hangt, niet meer grijpen. Zo... dat hebben we gehad. Slee kwijt...honden kwijt en Muts heeft vast niks in de gaten.

Wat een klapper was dat! Ik krabbel overeind. Niks gebroken. Beetje pijn aan mijn pols maar dat is alles. Thank you Lord! Okay... daar sta ik dan. Eerst maar een peuk. Gelukkig sneeuwt het niet. Dat is winst bedenk ik want zo kan ik het spoor van mijn team zonder al te veel problemen volgen. Ik denk namelijk niet dat mijn gids een type is van: Blijf waar je bent schat, hier komt je teddybeer!

 Na drie enigszins rustgevende trekken besluit ik, peuk in de hand, de achtervolging in te zetten. Dat valt nog niet mee. De sneeuw is niet overal even hard en af en toe zak ik er tot aan mijn dijen in. Zeker wanneer ik teveel naar rechts of links van het spoor ga lopen. Dat moet ik dus niet meer doen.

In de verte hoor ik geblaf. Na een halve kilometer kom ik, nadat het spoor alsmaar bergopwaarts heeft gevoerd, op een open plek. En jawel hoor: De twee hondenteams staan vastgebonden aan een boom en Muts zit op een boomstam uit zijn thermosfles te lurken. Die ontmoedigende grijns is er weer en ik had hem het liefst ter plekke met mijn Zippo in de fik gestoken! Ik zweet en mijn tong hangt op de snowboots. Ik vlieg mijn honden om de nek en ik word aan alle kanten afgelikt. Geluk zit in kleine dingen maar dit weerzien is groots. Muts reikt mij de thermoskan met dat vreselijke bessensap aan. "You'll survive", zegt ie. Ik krijg geen hoogte van die man en dat maakt mij pisnijdig. "Thank you", zeg ik.

Had ik gedacht even te kunnen uitrusten? Forget it! Ik moet weer met beide voeten op de rem gaan staan terwijl Muts het touw losmaakt waarmee mijn honden zijn vastgebonden. Dat moet altijd want anders vertrekken mijn liefjes in hun enthousiasme met de slee zonder mij. In no time razen wij verder. Muts voorop. Hij kijkt nu wat vaker achterom valt mij op. Maar dat hoeft niet meer van mij. Ik voel mijn spieren knagen. Wat is dit zwaar.

De Zippo maakt vuur als wij een hut bereiken. Muts sprokkelt zelf droge takken. Het is 13.00 uur en wij hebben zo'n 20 km afgelegd. Wij zetten een bak sneeuw op het vuur. Tjonge wat heb ik een dorst. Maar ja... het duurt even voordat kokend water koud is. Grote verrassing: Muts heeft pakjes instantsoep meegenomen. Wat een delicatesse! Alles is goed wat mij betreft als het maar geen bessensap is. Ik krijg twee mueslirepen van hem. Zal hij nu toch ontdooien? Wij praten met handen en voeten en die discussie is zo heftig dat wanneer wij ons water willen drinken, wat wij ter afkoeling buiten de hut hebben gezet, wij dit opnieuw bevroren aantreffen. Lekker slim dus. Om 15.00 vertrekken wij nadat wij de hut hebben opgeruimd.

 Ik krijg maar geen genoeg van dit prachtige witte landschap. De witte vlakte van het volgende bevroren meer schittert als kristal. Op een meer heb je de ruimte en hoef je niet te letten op boomstronken of laag hangende takken. Je kunt je team laten gaan en het enige wat je ziet zijn die swingende konten en die lange tongen uit hun bek met af en toe een overvliegende drol. Wij bereiken veilig onze overnachtingsplek. Nadat wij de honden hebben gevoerd, vangt Muts twee vissen.

De pijn in mijn armen is bijna ondraaglijk. Mijn spieren hebben een flinke opdoffer gehad. Na een goede nachtrust kom ik haast niet meer uit mijn slaapzak. Ouderdom komt met gebreken. Maar het is mij er alles aan gelegen om Mutsie te verrassen met een ingespannen slee. Hij bleef wat dat betreft gisteren in gebreke en nu ligt hij nog te snurken. Het is zes uur. Ik zal hem leren. Als hij wakker wordt zijn beide teams ingespannen. Ik leer het wel! Maar dacht je nou dat Muts iets liet blijken? Geen spoor van dankbaarheid op dat uitgestreken gezicht. De dag begint goed... Ontbijt? Bessensap! Gelukkig ligt mijn drol of wat daar voor moet doorgaan al in de kuil!

Ik zie het ongeluk zo'n 25 meter vooruit voor mijn ogen gebeuren. Mutsie begint ''go go go'' te gillen maar Boris moet poepen en vertikt het om door te lopen waardoor de slee in volle vaart op de honden botst. Een oorverdovend gepiep vult de doodstille omgeving. " Klootzak!", gil ik en spring met beide voeten op de rem. Dat doe ik blijkbaar zo hard dat de achterkant van mijn slee wel een halve meter in de sneeuw verdwijnt. Zo goed en zo kwaad als het kan, worstel ik mij door de hoge sneeuw naar de plek des onheils. Ondertussen slaak ik de meest grove vloeken maar dat zal onze lieve heer wel begrijpen.

De chaos is compleet. Boris bloedt. Mutsie vloekt op zijn Laps. Zijn hele hondenteam is overstuur. "Verdomde klojo", gil ik terwijl ik sta te trillen op mijn benen. Mijn hele lijf siddert, alsof ik er geen macht meer over heb. Ik val op mijn knieën in de sneeuw naast Boris en kan hem alleen maar vasthouden en aaien. "Vuile, vieze, gore, smerige stinkerd!" Ik ben buiten zinnen. Boris zijn achterpoot bloedt hevig. Het bloed druppelt in de sneeuw. Ik probeer het bloeden met handen vol sneeuw te stelpen. En die mafkees staat er gewoon bij te kijken. Ik begrijp zo'n figuur niet. Hij laat mij gewoon stikken. En Boris ook! Ik trek het elastiek uit mijn staart en bind de poot af boven de plek waar het bloedt. Wat moet ik doen? Boris gaat nu voor anders had ik die gast absoluut gewurgd! Het is zo onwezenlijk... hij staat daar maar te kijken. De Nivea reinigingsdoekjes! Voorzichtig en met trillende handen wikkel ik er twee om de poot van de nog steeds piepende Boris. Ik trek een snowboot uit en dan mijn sok. De sok wikkel ik om de poot en dan haal ik het elastiek eraf om dat vervolgens om de sok te doen zodat die blijft zitten. Opeens wordt het mij teveel. Ik kan alleen nog maar janken en niet meer ophouden. Boris geeft mij een lik en mijn betraande kop verdwijnt in zijn vacht.

 "OK... you'll survive", zegt Mutsie en hij ontkoppelt Boris van de lijn, pakt hem op en legt hem in de sneeuw. Zonder verder iets te zeggen loopt hij naar mijn slee die met de achterkant compleet in de sneeuw is verdwenen. Ik probeer mijn snowboot weer aan te trekken. Dat lukt. Ik heb geen zin meer om te schelden. Ik heb geen zin meer in discussie. Ik heb geen zin meer in die door God vergeten Muts.

Na een minuut of 20 komt hij met mijn span aan glijden. Hij legt Boris op mijn slee, spant zijn honden opnieuw in met Zoomit op de plek van Boris als enige leider.

"We go home...change dog", zegt hij. Ik heb geen energie meer om hem überhaupt nog een blik waardig te keuren. "Stay on break!"... ik doe gewoon wat hij zegt en binnen drie minuten hoor ik het vertrouwde ''go go go'' al weer door de stille wildernis schallen. We glijden verder. Na ruim drie uur bereiken we de farm. Boris is nog wakker als ik hem zelf naar binnen draag. Maar dat mag niet. "Outside", zegt Muts.

Ik wil de politie bellen, de dierenbescherming, het leger, mijn broer, Onze Lieve Heer! Ik heb mij nog nooit zo machteloos gevoeld.

Onder een afdakje zit ik te zitten. Sigaret erbij. "No smoke!" zegt zijn kop om de deur. "Fuck you!" schreeuw ik. Naast mij ligt Boris met mijn sok aan. Toch even kijken. Het bloeden is opgehouden. Wat moet ik hier in godsnaam. Ik vind mijzelf waardeloos. Een nietsnut. Ik kan mijzelf toch overal redden? No way dus. Blijkbaar moest ik naar Lapland afreizen om dat te ontdekken. Hoewel? Ik leef nog en Boris ook. Er is hoop. Ik zal niet rusten voordat ik die Mutsie te grazen heb genomen. Heeft dat zin? Misschien moet ik wel leren om ook zo'n figuur in zijn waarde te laten.

 Zijn vrouw maakt rendiervlees met aardappelpuree. Lijkt mij wel aantrekkelijk na alle ellende. Totdat mij duidelijk wordt dat die hele maaltijd is overgoten met bessensap! "Zak in de stront met je bessensap!", roep ik in het Nederlands. Die avond blijf ik buiten slapen bij Boris. In de nacht word ik overmand door een hongergevoel. Ik steel koud rendiervlees uit de pan in de keuken. Dat eten we op... Boris en ik. We hebben het goed!

Het is 07.00 uur donderdagochtend. Muts komt naar buiten. "Time to go!", zegt hij. Wat is dit voor een bullshit? Mijn jack zit onder een laag sneeuw maar ik heb het niet koud. Ook Boris zijn vacht is wit. Hij staat op, schudt zich uit en tot mijn grote verrassing loopt hij weer redelijk goed. Ik ga op zoek naar mijn team, span het in en maak kennis met Hercules, de hond die Boris in het team van Muts zal vervangen. Het maakt mij nu niets meer uit. Ik ga dit af maken. Voor de honden en voor mijzelf.

Wit, wit, wit...daar gaan wij weer! Het weer is okay. De zon schijnt zelfs. En ik sta daar maar op mijn slee. Bomen ontwijkend... de lijn in de gaten te houden. Mij zal verdorie niet hetzelfde gebeuren!

 Het afscheid van Boris was aangrijpend. Maar ik zie hem terug. Hoe je het ook wendt of keert, ik wil vrijdagmiddag terug zijn en vervolgens inchecken in een hotel in Rovaniemi. In de bewoonde wereld wel te verstaan. Maar zover is het nog niet. Voorlopig raas ik nog voort.

Het loopt gesmeerd. Kia en Pavu gaan als een speer. Muts gaat voorop. Hij heeft niets meer gezegd sinds vanochtend. Het terrein is soms een beetje eng. Met scherpe bochten naar links of rechts. Maar ik heb de slag inmiddels goed te pakken. Ik hang lekker mee in de bochten en dat werkt. Ik voel dat ik de slee steeds beter onder controle krijg. Desondanks ben ik moe. Elke spier in mijn lichaam is overbelast.

Wij zijn nu vier dagen onderweg en bereiken opnieuw een meer. Het zoveelste. Daar moeten wij overheen. Het is wel koud maar de lucht is felblauw en de zon schijnt. Opeens krijg ik het in de gaten. De sneeuw smelt zienderogen onder de stralen van de zon en de slee wordt steeds zwaarder voor de honden. Zij zakken af en toe met hun poten diep in de sneeuwlaag die zich vormt op het ijs wat inmiddels soms rare geluiden begint te maken.

Muts zit zo'n 40 meter voor mij en ik vraag mij af of hij zich vergist heeft in dit meer. Het ijs zou ruim 35 cm dik moeten zijn maar eerlijk gezegd meen ik dat op dit moment te moeten betwijfelen.

 Kia en Pavo zwoegen zich een slag in de rondte terwijl ik mij in gedachten afvraag hoe wij ons moeten redden als wij door het ijs zakken. De slee is van hout. Die blijft wel drijven. Meer kan ik niet bedenken.

Ik word nu echt bang. Het meer lijkt wel een zee. Zo groot is het. Ik zie bomen in de verte maar daar zijn we nog lang niet. Uiteindelijk loop ik in op Mutsie en dat is logisch zo blijkt: Hij zit vast!

Ik schrik me rot maar laat de situatie zoals die is en raas hem voorbij. Ik denk niet meer na. Ik kan niet anders. Ik wil alleen maar naar de oever...zo'n 100 m verderop. Als wij die bereiken, bonkt mijn hart in mijn keel. Ik lig uitgeput tussen twee bomen met mijn gezicht in de sneeuw. Okay...ik ben van de slee gevallen maar mijn honden kunnen niet weg omdat de slee vast zit tegen een boom.

Ik heb het helemaal gehad en begin keihard te schreeuwen. "Slome", roep ik tegen mezelf...."niemand hoort je hier!" Maar wat nu? Muts zit vast omdat het achterste deel van zijn slee door het ijs is gezakt. Ik krabbel overeind en overzie de situatie. Mijn honden zijn nota bene plezier aan het maken. Zij rollen door de sneeuw, liggen op de rug met hun poten omhoog en lijken blij te zijn met de onverwachte pauze. In de verte zie ik Muts. Hij zwaait.

Ik ben de wanhoop nabij. Er zit maar een ding op. Ik moet terug. Met mijn honden.

 Het duurt zeker een kwartier voordat ik het stel rustig heb. Ik praat gewoon in het Nederlands met hen terwijl ik de hoofdlijn los koppel van de slee. Ik pak het lange touw zodat ik contact met hen houd en probeer een voet op het smeltende ijs te zetten. Eerst zak ik er een stukje doorheen zo lijkt het maar de ondergrond voelt nog redelijk stevig aan. Ik sta te shaken op mijn benen.

De honden voelen ongetwijfeld mijn angst want zij zijn opeens heel rustig. In werkelijkheid is het maar 100 m maar het lijken er wel 1000! Voetje voor voetje loop ik met het lange touw in de hand richting Muts. De honden zijn nog ingespannen alsof zij voor de slee lopen. Zij volgen mij als ik aan het touw trek...

Wij bereiken Muts. Zijn alfahond -die Boris zijn plaats heeft ingenomen na het ongeluk- wordt boos als ik probeer mijn honden aan het team van mijn gids te koppelen. Zoomit geeft zijn positie in de voorhoede namelijk niet zo maar op. Gedurende het geblaf en vervaarlijk gegrom realiseer ik mij hoe vaak ik Muts heb horen schelden maar nu blijft het verdacht stil. Ik bijt door en het lukt om de teams te koppelen. Wij hebben maar een kans. Dat is mij in alle commotie wel duidelijk. Het is erop of er onder.

 Ik ga voor mijn team staan, houd mijn vuist omhoog en doe alsof ik aan een bel trek. Ten teken dat we gaan vertrekken. 12 Honden. 1 Slee. Veel gekraak en we komen los!

Ik weet echt niet hoe ik dat moment moet beschrijven. Er zijn eenvoudigweg geen woorden voor. Ik spring in de slee. Wij bereiken de wal, spannen de honden in en glijden nog ruim twee uur door de witte wildernis voordat wij onze overnachtingsplek bereiken. Op mijn mobieltje staat een bericht van mijn broer Jan: "Geniet zusje! Nog tips nodig?" Hilarisch gewoon....

Als ik wakker word en even bij de honden wil gaan kijken, valt er een flinke lading sneeuw vanaf het dak naar binnen. Muts zal wel weer schelden. O jee... de blauwe lucht van gisteren is veranderd in grijs en er dwarrelen grote vlokken sneeuw naar beneden. Het ziet er uit als een sprookje alleen de romantiek is ver te zoeken. De honden zijn tegen elkaar aan gekropen en liggen uit de wind. Zij zijn blij als zij mij zien dus ik geef hen alle twaalf maar eens een flinke knuffel om de dag mee te beginnen. Vervolgens graaf ik mijn kuil... Hang ik daar net boven, klinkt het: ''hurry up! We leave early!'' Maar toch niet voordat ik mijn kuil gevuld heb! Dat staat vast!

Als ik de hut weer binnen kom, heeft Muts alles al opgeruimd en reikt mij een muesli-reep en bessensap aan. Gelaten aanvaard ik deze geste en begin meteen te knabbelen. Mijn gids verdwijnt. Ik hoor dat de honden onrustig worden maar peuzel vrolijk verder aan mijn reep. Als je hele kleine hapjes neemt, lijkt het een hele maaltijd. Mijn laatste dag in de witte wildernis is aangebroken....Ik heb hallucinaties van een groot bubbelbad met geurige kruiden, een mooi glas wijn, een uitgebreid diner.... de beelden volgen elkaar in rastempo op! "Hurry... we go!" Hij heeft zowaar mijn honden ingespannen. Ik krijg nog steeds geen hoogte van die gast.

 Het sneeuwt flink. Ik heb mijn gezicht goed ingevet met vaseline en de lippen-balsem voelt korrelig aan op mijn gesprongen lippen. De bivakmuts heb ik helemaal over mijn gezicht getrokken. Zonnebril voor het gat. Helaas heeft de bril geen ruitenwissers dus ik heb er meer last van dan gemak! Weg met dat ding!

In no time zie ik er uit als een verschrikkelijke sneeuwman. Wij zullen nog zo'n vijf uur moeten glijden voordat wij weer terug zijn op de farm. Althans... volgens Muts.

Af en toe zie ik hem geeneens meer door de dichte sneeuwval. Als ik dicht genoeg bij hem in de buurt blijf, kan ik zijn spoor wel volgen. Go go go baby's! Wat een team! Wat een uithoudingsvermogen! Meer dan respect is hier op zijn plaats. Wat ben ik van die honden gaan houden! Ik ben doodop. Mijn onderrug voelt aan als een gebroken beschuitje. Bij elke hobbel klapt die slee weer terug op de sneeuw en dat vang je op met je knieën. Maar je wilt ook wel eens strekken en dan voel je de pijnscheuten door je heupen gieren.

Dit is toch echt wat ik gewild heb. En nu... op weg naar de farm voel ik al heimwee! Dit zal mijn laatste tocht zijn. De tranen staan in mijn ogen. Pavu kijkt af en toe achterom. Dan steek ik mijn arm naar voren...good boy!... en dan rent hij weer als een bezetene verder. Het mag duidelijk zijn dat deze honden niet alleen op verbale commando's reageren maar ook op lichaamstaal. Wanneer ik mijn arm naar rechts uitstrek en hem van boven naar beneden beweeg, is de boodschap: rustiger lopen. Recht omhoog is -stop-! Ook recht omhoog en net doen alsof je aan een bel trekt is: Go Go Go!

Kia en Yutsie poepen tegelijkertijd en ik rem wat bij om de lijn strak te houden. Dankbaar dat ik hen niet van de sokken glijd, blaffen zij vrolijk en rennen verder. Wij vreten kilometers. Hij gaat goed.. Ik zou bijna de hut voorbij zijn gevlogen als Muts niet midden op de track het slow-down teken had gegeven. Ik rem en wij komen naast hem tot stilstand. "Good work", zegt hij. Welnu... dat mag in het Laps Dagblad. Waar heb ik dit aan verdiend?

 Wij maken geen vuur in de hut. Wij pauzeren maar een half uur. Ik rook twee sigaretten en Muts zegt er niets van. Dan gebeurt het... Uit de binnenzak van zijn jack haalt hij een flacon tevoorschijn die hij mij aanreikt. "Keeps you warm!" is het enige wat hij zegt. Ja hallo! Ik heb echt geen zin in de racekak gedurende de laatste uren van de tocht. Dat bessensap kan mij gestolen worden. Maar eh... wacht eens even...dit spul ruikt niet naar bessensap. Dit sap is van een heel ander kaliber. De zuip-LAP!!! Hoeveel procent alcohol er in dit goedje zit, laat zich raden. Het brandt op mijn lippen en in mijn keel. Het voelt alsof de Heilige Christoffel en mijn beschermengel gelijktijdig over mijn tong piesen.

Zelf neemt hij ook een teug. "You are a survivor!.....now we go!" Ik geloof mijn oren niet... ik ben een survivor? Ik heb het gevoel dat ik zweef. Sterker nog... ik kan vliegen. Hij ziet mij eindelijk voor vol aan!

De volgende twee uren ervaar ik in euforie. Alsof ik door duizenden mensen word toegejuicht op de Via Gladdiola na het uitlopen van de Nijmeegse Vierdaagse. Alsof ik een gouden plak heb behaald op de Olympische Spelen en heel Nederland zich op Schiphol heeft verzameld om mij als een kampioen in te halen. Ik krijg een gelukstelegram van Koning Willem Alexander en interviews bij Pauw en Witteman.

Mevrouw Hertman... u bent bevorderd tot musher 1e klas! Maar ja... deze hallucinatie zal wel zijn ontstaan door dat mysterieuze goedje in die flacon.

Zo bereiken wij uiteindelijk veilig de farm. "Give girl food", zegt Muts tegen zijn vrouw. "She is survivor!"

Gedrieën zitten wij aan ons afscheidsmaal maar ik krijg geen hap door mijn keel bij de gedachte aan het naderend afscheid van de honden. Ik zal de details besparen. Het is een tranendal geworden...

Gezinsuitbreiding...

Zij komen met z'n drietjes. Dat wil zeggen...eerst is er hun behuizing. Een prachtig vierkant bakje met steentjes, schelpen, planten en water natuurlijk. Dat water moet gefilterd en van voldoende zuurstof worden voorzien. Dus laat ik mij voor een aanzienlijk bedrag door een over-enthousiaste verkoper in de dieren speciaalzaak een filter alsmede een zuurstofpompje aansmeren. Anders zullen de vissen het niet overleven, zo beweert de man. En dat wil je natuurlijk niet op je geweten hebben.

Als de behuizing gezellig, eigentijds doch met smaak is ingericht, vertrekken mijn hond Pepper en ik naar de viswinkel, teneinde ons een aantal visjes aan te schaffen. Een zwarte met grote bal-ogen, een knal oranje exemplaar met prachtige sluierstaart en een lieftallig hittepetitje dat zo goed als alle kleuren van de regenboog vertoont.

  

Het te water laten, verloopt met enig ritueel. Per slot van rekening is het een heugelijk moment.

De drie nieuwe bewoners voelen zich al snel thuis en krijgen regelmatig visite. Vooral Deksel blijkt in eerste instantie bijzonder gefascineerd door het trio. In een later stadium begint ook Doos zich voor het beweeglijke gezelschap te interesseren. Pepper vindt de nieuwe aanwinst op zich niet zo interessant. Maar dat heeft meer te maken met de plek waar het aquarium is geplaatst. Het staat te hoog. Ondanks de behendigheid training lukt het haar maar niet om de plek op de vensterbank voor het hoge raam te bereiken. Waarop zij het snel voor gezien houdt.

Een gezellige avond. Vriendin op bezoek. Onder het genot van een mooie rode wijn komen de creatieve ideeën al snel opborrelen. Tot mijn grote schrik word ik geattendeerd op het feit dat onze nieuwe huisgenoten nog geen naam hebben. En dat kan niet. Niet hier! Wij dus ijverig aan de slag. Kladblok en pen in de aanslag. Maar ja....dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Melig als wij zijn, hebben wij het al snel over andere zaken. Op een bepaald moment spreken wij over basketbal.

Het kwartje valt! Bas Kut en Bal! Bas met zijn mooie sluierstaart, Kut zo kleurrijk als de regenboog zelve en Bal met zijn grote bal-ogen. Perfect gewoon! Zo leven wij nog lang en gelukkig! Althans...dat denken wij.

 Het ingenieuze filtersysteem doet zijn werk! De verkoper heeft mij bepaald geen knollen voor citroenen verkocht. Het water blijft mooi helder en alg vorming is minimaal. Prima systeem dus. Totdat ik op een goede ochtend de vissen populatie wil voeden en tot mijn grote schrik ontdek dat Bal voor de helft is opgezogen door datzelfde ingenieuze systeem! Alleen zijn staart bungelt nog aan de buitenkant... maar de rest van Bal is in het filter verdwenen. Diepe treurnis alom. En kwaadheid! Ik wil subiet en vooral op hoge poten naar de vakkundige verkoper om hem als het ware met zijn apparaat om de oren te slaan. Maar ja...Het is dan maandagochtend en de winkel is gesloten.

Door onbekende oorzaak treffen wij een paar maanden later het levenloze lichaam van Bas aan. Zijn prachtige sluierstaart waaraan Deksel zo gehecht is geraakt, ligt bewegingloos in het water.

Evenals de opgezogen Bal geven wij hem met gepast ritueel een zeemansgraf.

Kut, de laatste der Mohikanen, is ogenschijnlijk in haar sas. Zij heeft vanaf dat moment het rijk alleen en lijkt niet te lijden onder enige vorm van rouw verwerking. Het gaat haar goed kortom.

Tot op voor kort. De glazen plaat op het dak van het aquarium is al eerder door onbekende oorzaak kapot gegaan. Dit heeft tot gevolg dat Doos en Deksel regelmatig hun vissers-talent kunnen botvieren. Ook al houden zij daar natte voetjes aan over. Met name Doos lijkt dit niet te deren. Een wit voetje hoeft zij niet meer te halen omdat zij er daar al vier van heeft maar een nat voetje blijkt een bijzondere aantrekkingskracht op haar uit te oefenen.

En zo moet het zijn geschied! Met haar grijp-grage klauwen moet Doos de arme Kut in een onbewaakt ogenblik hebben verrast want ook zij, de laatste der Mohikanen, heeft het leven gelaten. Een deerniswekkende aanblik rest ons. Het lege aquarium.

FF wachten... PIZZA!

Ha ha...wat een leven. Doorgaans raak ik niet zo opgewonden over wat ik in de kranten lees maar zojuist krijg ik accuut de hik! Een Britse legerpiloot is namelijk in de problemen gekomen omdat hij op het adres van zijn vriendin een pizza heeft bezorgd met de helikopter! Stel u voor...Hij is op trainingsweekend en meent haar op deze manier te moeten verrassen. Het pizza-ritje kost de belastingbetaler maar liefst 14.000 Euro.

Een Australische brandweerman uit Sydney maakt het nog bonter. Hij neemt de enige brandweerwagen uit de kazerne om...jawel...een pizza te gaan halen. Beide heren hebben een fikse berisping gekregen. De waanzin ten top natuurlijk maar ik lig er wel van in een deuk.

  

Doos houdt niet van pizza. Alleen als die óp is want dan kan zij in de doos gaan zitten. Dat vindt zij interessant. Deksel en Pepper kunnen er met z'n tweetjes gemakkelijk een verschalken. Weer eens wat anders dan de geijkte brokken.

Gaat Deksel er nog beschaafd voor zitten om vervolgens met zijn pootje kleine stukjes van de lekkernij te schrapen, Pepper gaat in de aanval alsof het de bestorming van de Bastille betreft. Haar lange haren "dippen" ongegeneerd door de gesmolten kaas en tomatensaus waardoor het lijkt alsof zij mijn foundation heeft gebruikt. In no time heeft zij haar portie verslonden om vervolgens in een soort tijger-sluipgang via een aantal omtrekkende bewegingen het bord van Deksel te naderen...

 Maar Deksel is een slimme kater. Die laat zich echt de kaas niet van de pizza eten. Als hij het gevaar ziet naderen gaat ie "wijdpoots" over het bord heen staan zodat Pepper geen schijn van kans maakt. Uiteindelijk geeft Mevrouw De Pepperoni de moed op, legt haar koppie op de poten en bestudeert met hunkerende, om pizza vragende ogen, elk hapje wat Deksel naar binnen werkt. Heeft ie genoeg dan gunt hij Pepper ook wel wat. Maar dat zijn doorgaans de harde randjes...

Het ijsklontje...

Ik vis een ijsklontje uit het water zonder bubbels en laat dat naar beneden glijden. Via mijn borsten naar mijn buik. Drie obers "schieten" uit hun siësta alsof zij slachtoffer zijn geworden van een angstaanjagende nachtmerrie en ondernemen een poging om mij nog meer verkoeling te bieden dan het klontje reeds doet.

Locatie: een restaurant op een camping in Porec, Kroatië. De plek waar mijn hond Pepper sinds een week of drie gelijk een ervaren stripper de gunsten van voornamelijk Duitse bezoekers tracht te verwerven door op beide achterpoten balancerend een soort Cha Cha Cha ten tonele te voeren. Het gebruikelijke publiek ligt echter momenteel nog te braden op een of ander kiezelstrand. Het is pas half vijf. Maar mevrouw is niet kieskeurig. Zij blijkt toe aan wat actie. Zélfs onder het oog van wat minder vertrouwde toeschouwers.

Energiek en strijdvaardig sleept zij de tafel waaraan haar riem is bevestigd achter zich aan en baant zich een weg naar een schaduwrijke plek. Alsof er onder de tafel geen schaduw genoeg is. De tafel zweeft voorbij. Daar gaat de asbak met sigaret, het water, de menukaart en mijn nieuwe zonnebril van Louis Vuitton. Je moet in een land als Kroatië toch af en toe wat moois aanschaffen of niet soms? Ook al is het een nepper.

De hilariteit is groot. Onder aanvoering van Mevrouw De Pepperoni -Van wie is die hond?- neemt de meubel-verhuizing nogal desastreuze vormen aan. Handtassen, rugzakken, stoelen alsook andere honden worden meegesleept in het enthousiasme van mevrouw de voorzitter. Die weet van geen wijken. Commando's werken niet. De pret die deze chaos oplevert blijkt veel groter dan de beloning wanneer een commando wél wordt opgevolgd.

Dan kun je dus maar een ding doen. Gewoon afwachten tot de rust weerkeert. En dat geschiedt wanneer het tot Pepper en de andere honden doordringt dat er een plastic bord met biefstuk en patat is meegesleurd in de verwoestende tornado. De maaltijd blijkt van een Zweed. De man ligt compleet in een deuk onder zijn tafel. Hij wenst geen vergoeding voor zijn gestolen diner. En Pepper? Die ligt lekker uit te buiken. Onder de tafel waarmee zij aan de haal ging. Mevrouw de Pepperoni...je neemt haar wel mee maar je kunt er eigenlijk nergens mee komen!

Pepper's HOTSPOT...

"Ze heeft een hotspot", zegt onze nieuwe dierenarts. Dokter Luc is om gezonheidsredenen gestopt dus hebben wij nu met een nieuwe ster aan het firmament te maken. Mijn ogen vallen uit de kassen: EEN HOTSPOT! For God's sake...waar heeft hij het over?

Vandaag heb ik een plekje op Pepper's staart ontdekt. Het irriteert haar. Het jeukt. Een plekje met een korstje en het ziet er vreemd uit. Dat is de reden voor ons bezoek. Een HOTSPOT dus.

Volgens onze huis-dierenarts kan het een teek zijn geweest. Of een ander beest. Een doorn of een plant. In ieder geval blijkt het dermate ernstig dat Pep aan haar eigen staart heeft zitten bijten waardoor er een wond is ontstaan. Wat nu te doen?

Na uitvoerig onderzoek krijgt Mevrouw De Pepperoni een injectie tegen de jeuk, 2 x daags antibiotica en 3x daags moet ik zalf op haar staart smeren. Tot overmaat van ramp wordt haar ook nog een kraag aangemeten. Arme Pep.

 Doos en Deksel vinden met name de kraag hoogst interessant en in no time wordt die dan ook als surrogaat krab-paal gebruikt. Dit tot grote ergernis van Pepper. De koude oorlog lijkt weer te zijn uitgebroken.

Logischerwijs hoop ik dat de behandeling aanslaat want ik baal als een stekker dat ik geen abonnement (tegen zwaar gereduceerd tarief) op bezoekjes aan de dierenarts kan nemen. Holy Moses...die man kan straks naar De Bahama's op mijn kosten! En maar bakken in de zon... Krijgt ie misschien zelf ook wel een HOTSPOT!

Eend in de was...

  

Alsof zij water ziet branden. Pepper's zwarte kraaloogjes staren mij vol ongeloof aan en focussen dan weer meteen op haar pluchen eend die, af en toe naar adem happend, probeert te overleven in de draaiende wasmachine. Het moest er toch eens van komen. Die eend zag er niet meer uit. Los van zijn zwaar gehavende uiterlijk, hetgeen is voortgevloeid uit de dagelijkse trekspelletjes, was het beest grijs in plaats van wit dus ik vond het gewoon een goed idee om hem met een wasje op 30 graden te laten meedraaien.

 Pepper denkt daar bepaald anders over. Geweeklaag alom... Daar komen Doos en Deksel. Met verve manifesteren zij zich. Gelijk de luchtmobiele brigade voor vertrek naar Afghanistan spreekt er moed en daadkracht uit hun wijze kattenogen. Er vindt overleg plaats. Maar aangezien Pep de lichaamstaal van haar huisgenoten nog steeds niet helemaal begrijpt, dreigt het overleg te mislukken.

 Doos is nog het meest geinteresseerd in het schouwspel. Zij kent de pluchen eend als geen ander maar zo op het oog lijkt zij hem te verwarren met Pepper op wier rug zij wekelijks ritjes door de kamer maakt. Het geweeklaag neemt nu sterk de overhand. En Doos doet mee.

Deksel, de enige in huis met mannelijke trekjes (ook al heb ik hem in een vroeg stadium van zijn ballen laten beroven) tracht de twee tot rust te manen. Zijn pogingen stranden waarop hij Pepper en Doos met een arrogante blik in de ogen de rug toe keert. Vrouwen....

Vertwijfeld krabt Doos met een pootje tegen het glas waarachter de eend wanhopige pogingen onderneemt om te overleven. Het mag niet baten. "Nog een half uurtje dames", probeer ik geruststellend. Het mist echter de beoogde uitwerking.

 Als de bel gaat, staat een bezorgde buurvrouw voor de deur. Afgekomen op het gemiauw en geblaf vraagt zij of alles goed is met mij? Tuurlijk buuf... kan niet beter. Of ik een bovenlader heb? Dan kan ik de eend eruit halen en mijzelf en de buurt verlossen van het "tumult". Eh... heb ik dus niet. Een bovenlader. "Dan gewoon stopzetten en dat beest eruit halen", zegt zij.

Ik voel mijzelf een dweil. Ooit gedaan? Wasmachine tijdens het wasprogramma geopend? Dweilen met de kraan open heet dat! Deksel kijkt mij aan met een blik van: Zie je wel... dom blondje!  

De uitgezakte dwerg met hangwangen...

Als hondenbezitter overkomt je nog wel eens wat. Daar ben je zelf geen schuld aan hoor. Althans daarvan tracht ik mijzelf nog immer te overtuigen.

 Sta ik bijvoorbeeld op bus 4 te wachten en Pepper prefereert lijn 8, dan rukt zij zichzelf los en reist als zwart-rijdster mee in het door haar zelfstandig gekozen vervoermiddel. Dan kun je er toch zeker niets aan doen wanneer je een half uur later wordt gesommeerd om je te vervoegen bij de stations-politie teneinde een uitbrander over onverantwoordelijk gedrag in je maag gesplitst te krijgen? Zeg nou zelf? Zoiets gaat toch volstrekt buiten je om?

En hoe je ook discussieert over de voortvarendheid waarmee jouw viervoeter meent op haar manier de wereld te moeten verkennen, het zet geen zoden aan de dijk. Sterker nog... de geüniformeerde heren van de politie blijken een bijzonder genoegen te scheppen in het berispen van "domme blondjes" want dat zijn wij blijkbaar...Pepper en ik!

Hoewel? Over de potentiële domheid van Pepper valt nog te twisten. Per slot van rekening is het een bijzonder intelligente zet wanneer je tijdens je behendigheid oefeningen eigenhandig het besluit neemt dat het genoeg is geweest, de schutting die je zojuist hebt beklommen voor gezien houdt en linea recta richting kantine dribbelt teneinde daar een pilsje te bestellen voor zover dat nog niet klaar staat.

Zo zitten wij op enig moment op een gezellig terrasje aan de haven van Porec in Kroatië. Tegenover ons een type "uitgezakte dwerg met hangwangen". Aan zijn voeten een Pitbull-reu. Pepper gromt vervaarlijk waarbij niet volstrekt duidelijk is tegen wie. Daar komt de serveerster! Om wat voor een reden dan ook schrikt zij, laat een blad vallen met twee Cappuccino en een halve liter bier, waarop de Pitbull zich losrukt en in "doodsnood" de haven inspringt!

 De dwerg begint alles wat los en vast zit, uit te schelden. Ook ons. Hij is duidelijk van Duitse afkomst. De verwensingen liegen er niet om. Een paar mensen bekommeren zich om de hond. Ik laat mijn sigaretje in de asbak en ren samen met Pepper naar de plek waar de hond is gesprongen. De oever is veel te hoog en de hond kan er niet uit. De hangzak staat maar te schelden...

Dan hebben wij een idee! Niemand van de omstanders durft er namelijk in te springen. Ook ik, doorgaans niet bang uitgevallen, ben huiverig voor een Pitbull die in paniek is. Pepper zit aan de lange lijn. Wij maken haar los en gooien de riem omgekeerd -dus met het handvat naar beneden- de haven in en de hond hapt meteen. Hij houdt vast en zo helpen wij hem naar een klein strandje, zo'n vijftig meter verderop.

De uitgezakte dwerg scheldt nog steeds en staat zelfs mij aanwijzingen te geven met betrekking tot hoe ik dien te handelen. Wat heb ik mijzelf moeten beheersen om hem geen muilpeer te verkopen!

Uiteindelijk schudt de hond zich uit op het strand en krijgt daar vervolgens dermate van zijn baas op zijn sodemieter dat een emotionele Italiaan, die het tafereel heeft gade geslagen, de Duitser een flinke knal voor zijn harses geeft! Iedereen begint te applaudisseren! Ha ha...hij heeft zijn verdiende loon!

Hoe de Pitbull heette, weet nu nog geen hond...

Blaffende honden bijten niet...

Zoals te doen gebruikelijk in het prachtige Portugal negeert Pepper elk bord waarop te lezen is wat er wel en niet mag. Zo ontdekken wij een schitterend beschermd duingebied in de buurt van Sagres. Zeer uitzonderlijk want de Portugese westkust bestaat voornamelijk uit rotsen. Het doet ons op dat moment echt even aan Nederland denken. Deze omgeving is verboden voor honden zo lees ik maar aangezien niet duidelijk is aangegeven of dat alleen voor loslopende viervoeters geldt, besluiten wij het er toch op te wagen.

  Binnen de kortste keren is Pepper in haar element. Graven is namelijk een van haar favoriete bezigheden. Het afgraven der duinen geschiedt echter met zulk een fanatisme dat instortingsgevaar ontstaat. Wie een kuil graaft voor een ander valt er doorgaans zelf in. Logisch dat dit ook met deze dame gebeurt. Met dien verstande dat zij zo goed als het halve duin op haar dak krijgt. Ik zie op dat moment alleen het puntje van haar staart nog en moet razendsnel zijn, wil ik haar nog van de verstikkingsdood redden! Het zijn angstige minuten. Ik geloof dat ik nog nooit in mijn leven zo hard gegraven heb. Uiteindelijk komt zij hoestend en proestend weer tevoorschijn. Tot mijn grote verbazing begint zij meteen weer een nieuwe kuil te graven. Dat beest is knettergek!

Een week daarvoor heeft zij ook al bijna het leven gelaten. Wanneer ik er aan terug denk, begrijp ik niet hoe wij het er levend vanaf gebracht hebben. Stel je voor: Na een gezellige strandwandeling zitten wij aan een picknicktafel op het strand van Salema voor het restaurantje waar onze vriend Paolo werkt. Opeens staat hij daar... Een reus van een agressieve Herder. In een fractie van een seconde is het bekeken. Hij grijpt Pepper... en goed ook! Als je dan je eigen Peppertje in de bek van zo'n beest ziet, wordt het wel even wazig voor je ogen.Ik ga dan ook compleet door het lint. Ik gil, trap en stomp waar ik die valserik maar raken kan. Maar dan ben ik zelf de pineut. Ik ben gevallen. Hij laat Pepper los en grijpt mij in mijn kuit...

In een flits zie ik hoe Paolo aan komt rennen met Fonzie in zijn kielzog. Fonzie, een veertien jaar oude Setter, is Pepper's beste vriend geworden vanaf de eerste dag dat wij hier aankwamen. Paolo heeft een grote steen in zijn hand. Die gooit hij naar de Herder en springt vervolgens tussen ons in. Ineens zijn er allemaal mensen en ik zie Pepper in de armen van een man. Zij piept en klinkt bang. Fonzie valt de Herder aan. Het is vreselijk. Overal gegil en geblaf. Ik wil naar Pepper maar kan bijna niet meer overeind komen. Kapotte knieën, een bloedende elleboog en een hap uit mijn kuit zijn daar de oorzaak van.

 Als Fonzie met de Herder klaar is, ligt die compleet voor Pampus. Ook de steen die Paolo heeft gegooid, heeft de kop van de Herder geraakt. Het bloedt flink. Nadere inspectie wijst uit dat Pepper met de schrik vrij is. Een kleine wond in haar nek daargelaten. Eerst verzorgen wij mijn wonden en die van Paolo en laden vervolgens de onruststoker in de auto. Op naar de dierenarts in Luz. De kop van het dier moet gehecht alsook de twee achterpoten waar Fonzie zijn tanden in heeft gezet. Alles bij elkaar is hij voor zo'n 225,= (dan nog guldens) weer opgelapt.

Hij is zo mak als een lam en wil, als wij hem weer naar het strand brengen, de auto niet meer uit. Eerlijk gezegd overweeg ik nog even om hem te adopteren maar uiteindelijk komt dat er niet van. Pepper is het er namelijk niet mee eens.

 

Uit de school geklapt...

Dat Pepper een ongeleid projectiel is wisten we al. Haar vrienden spreken er schande van! Druk op onderstaande link en kom er alles over te weten:   

Je neemt haar wel mee maar eigenlijk kun je er nergens mee komen.

  

Het gesprek van de eeuw...

Het drama druipt van haar gezicht. Vet-rollen manifesteren zich in een laag of acht over haar voluptueuze lijf. De revenuen na het baren van een tweeling. Enorme moedervlekken op haar rug vormen denkbeeldig de contouren van de provincie Limburg. Ter hoogte van het heuvelachtige Mook groeien twee zwarte haren. De omgeving van Maastricht lijkt pigmentloos. Alsof de zon daar voor eeuwig is onder gegaan.

De tweeling vindt dat het tijd wordt om iets te eten. Althans, dat maak ik op uit hun lichaamstaal want ik spreek de taal van dit land niet. Mijn hond Pepper daarentegen blijkt zich het Kroatisch in een ras tempo meester te hebben gemaakt. Haar witte staartje kwispelt in tweekwartsmaat alsof zij onder hun tafel de Radetzkimars staat te dirigeren. Hier gaat het ongetwijfeld dadelijk gebeuren...

De dame in kwestie neemt de menukaart ter hand en onderwerpt het geplastificeerde A-viertje aan een gedegen inspectie. Glinsterende zweetdruppeltjes kabbelen in kleine stroompjes richting decolleté. Vervolgens zoeken zij zich een weg door mysterieuze bergen en dalen om uiteindelijk te belanden in een paar soppende, plastic schoenen.

Resoluut bestelt zij vijf hamburgers. Eén voor elk kind en drie voor zichzelf met extra ketchup en mayo! "Veelbelovend", meent Pepper en springt op haar schoot alwaar zij zich comfortabel nestelt tussen de warme, wulpse uitstulpingen. De dame moet zijn gecharmeerd door deze actie want in no time wordt er een extra hamburger -keurig in kleine stukjes gesneden- geserveerd. Dirigent Pepper voert het tempo van de Radetzkimars flink op. De witte, parmantige sluierstaart wappert alle kanten uit. Alsof zij hele stukken uit de partituur wil overslaan binnen het kader van: grote stappen gauw thuis. Haar lieftallige kontje zetelt op de dijen van haar weldoenster. Twee pootjes netjes op tafel. Het bacchanaal kan wat haar betreft een aanvang nemen.

Voor wat hoort wat. Als tegenprestatie verwacht de dame blijkbaar dat ik mijzelf beschikbaar stel als gesprekspartner.

"Ik heb het altijd anders gewild", steekt zij van wal in verbazingwekkend vloeiend Duits. Gedurende de stilte die volgt, schuift zij een flinke hap hamburger naar binnen en mompelt nog net verstaanbaar: "Maar ja, je hebt het niet voor het zeggen in het leven." Ik focus op de restjes ketchup en mayo in haar mondhoeken en vraag wat er dan aan de hand is. "Dat wil je niet weten!" zegt zij. De tong dweilt nonchalant langs haar lippen waardoor nog meer ketchup en mayo richting mondhoeken wordt geschoven. In gedachten vraag ik mijzelf af wat het nut is van het stellen van een vraag als ik het antwoord toch niet wil weten.

“Eh... smaakt de hamburger?” richt ik mij ter afleiding tot Pepper die zo goed als het hele schaaltje met lekkers al achter de kiezen heeft. Mijn hond kijkt mij aan met een blik van: Kun jij even naar de bekende weg vragen!

En de dame antwoordt: "Dat wil je niet weten! Hij vond ze ook altijd lekker. Maar ja...daar heeft hij nu niets meer aan!"

In een laatste, wanhopige poging krijg ik er toch nog een "O? En waarom dan niet?" uitgeperst. Het antwoord laat zich raden! "Nee", zeg ik, "Ik wil het eigenlijk ook niet weten. Er is al genoeg ellende op deze aardkloot of niet soms?" "Ja ja... dat wil je niet weten", zegt ze.

Hoe deze conversatie is geëindigd wil vast niemand meer weten maar voor Pepper was dit het gesprek van de eeuw. 

De zuiplap van de buurt...

Laat ik het zo zeggen: ik ben blij dat het weer een jaar duurt voordat het volgende feest kan losbarsten. Hoe het u doorgaans vergaat op honden-verjaardagen weet ik niet maar ik heb het voorlopig helemaal gehad. De knauwstokjes komen mij de oren uit, de inhoud van een aantal pluchen beesten bezorgt mij nog steeds de kriebelhoest en ik ben het zat om keer op keer achter het balletje aan te rennen!

Het begint zo aardig. Met gepast ritueel ontkroon ik klokslag 24.00 uur een halve liter Heineken teneinde het heugelijke feit te vieren dat Pepper, alias Mevrouw De Pepperoni, op 17 januari haar eerste lustrum herdenkt. Okay...het had Champagne moeten wezen maar aangezien zij daar van walgt en reeds na twee slokken van een dergelijk vocht gaat spugen, heb ik gedacht er goed aan te doen om een lekker biertje voor haar koud te zetten. Een glas is niet nodig omdat zij, wanneer zij dorstlustig is, immers uit de fles lurkt. Dus... zeg nou zelf? Keurig verzorgd toch? Maar daar denkt Pepper anders over.

 Mevrouw overrompelt mij met een stortvloed van kritiek over de wijze waarop ik heb gemeend haar verjaardagsfeest te moeten organiseren. Ik heb bedacht dat het leuk is om haar gasten een beetje verspreid over de dag te ontvangen maar Pepper heeft een soort houseparty in gedachten waarbij iedereen eens flink uit zijn of haar dak kan gaan. Bij de gedachte alleen al zie ik mijn poezen Doos en Deksel in de gordijnen hangen! Een dergelijke overdosis "hond" jaagt hen, arme katten, ongetwijfeld de stuipen op het lijf. En hoezeer ik ook mijn best doe om enige vorm van clementie ten opzichte van haar huisgenoten op te roepen, het werkt niet. Pepper...de verwende trut!

Wanneer de discussie een hoogtepunt bereikt, stoot zij met haar poot tegen de zojuist ontkroonde fles. Pepper zet haar woorden doorgaans kracht bij met bepaalde spastische bewegingen die zouden kunnen worden gedefinieerd als "hysterisch gerampetamp". Vandaar. Het kostbare gele vocht wordt in no time geabsorbeerd door de nogal hoogpolige vloerbedekking. Rennen naar de keuken om een vaatdoekje heeft dus geen zin meer. Daar heb ik vrede mee. Bier vlekt niet.

Ik word vervolgens gesommeerd om acuut een nieuwe halve liter te openen zodat wij alsnog kunnen toosten op het behaalde succes. Want Mevrouw De Pepperoni heeft, zij het met een nipte overwinning, de discussie gewonnen op argumenten. Een house-party dus. So be it.

Wanneer de eerste genodigden zich aandienen, hebben wij er al een vrolijk traject op zitten. Het begint met een bezoek aan de dierenwinkel waar Mevrouw hoogstpersoonlijk haar cadeautjes uitkiest en op de valreep ook nog iets lekkers aangeboden krijgt door de enthousiaste verkoper, die mij overigens geen korting geeft op het aangeschafte "cadeaupakket" ter waarde van 24,95 Euro! Jawel...Pepper heeft smaak.

Vervolgens op naar Casper! Een heerlijke, stokoude heer van stand die, ondanks het feit dat zijn ras ondefinieerbaar is en derhalve valt te rubriceren onder de beroemde c.q. beruchte categorie "asbakken", al geruime tijd deel uit maakt van Pepper's vriendenkring ten aanzien waarvan zij bepaald niet veeleisend is. Zij selecteert op karakter. Uiterlijke kenmerken maken op haar geen indruk. Daarom komt zij soms ook thuis met het grootste schorriemorrie. Jawel..."De Tokkies" zijn er niets bij.

Helaas...Cas is niet in zijn hum. Hij is een beetje ziek. Desondanks kwispelt zijn staartje vrolijk nadat hij de cadeautjes die Pep voor hem heeft meegenomen omdat hij "niet jarig" is, heeft uitgepakt. Nu komt het Pep bepaald goed uit dat haar vriendje niet blaakt van gezondheid. Want juist daardoor "vergaart" zij het voordeel van de twijfel wanneer door Cas' baasje en mijzelf proefondervindelijk is vastgesteld dat er een fikse hoop en een plas terecht is gekomen op het prachtige tapijt in de huiskamer. Lekker hoor om Cas de schuld te geven! Maar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is het Pep geweest. Zij is namelijk van het type: "Wie kent mijn kont in Keulen?" als je begrijpt wat ik bedoel.

Na het bezoek aan Cas keren wij huiswaarts. Er moet nogal het een en ander gebeuren alvorens de gasten arriveren. Ik werk mijzelf uit de naad. Toastjes met knauwstaafjes, slagroomgebak voor Doos en Deksel die ook zijn uitgenodigd, zij het niet van harte maar gewoon omdat zij bij het meubilair horen. Kabanossi-worstjes, leverworsten, en wat dies meer zij. Mij hangt de tong al op de schoenen als de bel gaat...en gaat...en gaat... Om een lang verhaal kort te maken: het is een bacchanaal!

     

Laveloos tref ik Pepper de volgende ochtend aan. Haar koppie rustend op een lege fles Heineken. Zij zwikt door haar poten tijdens de ochtendwandeling en doet voor komen alsof zij geen idee heeft waaraan dat ligt. Ik schaam mijzelf behoorlijk wanneer ik naar de glasbak wandel, gewapend met een shopper vol lege flessen. 

  Ik tracht de meewarige blikken van winkelend publiek te ontwijken maar dat lukt niet echt. Inmiddels ben ik logischerwijs "de zuiplap van de buurt". Maar ja... ze moesten een weten!

Het Portugese kunstwerk...

Leuk hoor...bladeren in een oud, verfomfaaid reisdagboek. Ezelsoren en koffievlekken. Hier en daar een brandgaatje, veroorzaakt door onoplettendheid tijdens het schrijven. In gedachten beleef je alle avonturen opnieuw. Zo ook vanochtend. Terug in de tijd.

Wij tekenen 14 mei 2001. Mijn hond Pepper en ik reizen sinds 1 april van dat jaar onze neus achterna in een oud, rood, roestig koekblik op wielen met een koepeltentje achterin. Ergens in het zuiden van Portugal hebben wij een huis gehuurd waar wij op dat moment zo'n twee weken wonen...

 Op een bewolkte zondagochtend brengen wij een bezoek aan de dierentuin van Lagos. Pepper mag daar overigens niet naar binnen maar krijgt, onder het toeziend oog van de parkwachter, een stageplaats aangeboden. Teneinde de kaartverkoop te bevorderen, dient zij charmant en mooi te zitten wezen in een krakkemikkig houten hokje: de kassa!

Nadat een salaris van twee vulkoeken is overeengekomen, bekijk ik rustig de populatie van het dierenpark.

Wanneer ik haar weer ophaal, blijkt Pepper wegens uitmuntende prestaties nog een extra vulkoek verdiend te hebben. Als bonus. Haar dag kan niet meer stuk.

  

Bij terugkomst staat ons een grote verrassing te wachten. Tijdens onze afwezigheid is ons huis gekraakt. Door drie vogels. Zij hebben zich via de schoorsteen en de open haard toegang verschaft tot onze tochtige stulp. De dieren maken geen aanstalten om het veld te ruimen. Wat Pepper en ik ook proberen om het trio te verjagen -ramen en deuren open, met kranten zwaaien, de radio keihard aan -niets helpt. De ME inschakelen lijkt ons ietwat overdreven dus na rijp beraad besluiten wij dat de drie bij ons mogen blijven wonen zolang zij dat zelf willen. 

Wij hebben onze nieuwe huisgenoten vervolgens een naam gegeven omdat het anders zo onpersoonlijk is. Muk, Moses en Murdock. Af en toe jagen zij ons met hun gefladder flink de stuipen op het lijf. Met zekere regelmaat wordt ook Pepper's jachtdrift opgewekt. Meestal echter barsten wij in lachen uit om hun rare capriolen. Met name Murdock is zo gek als een deur.

Wij betrappen hem op heterdaad... Doen Muk en Moses hun behoefte keurig in de open haard, Murdock schijt op een ochtend over de enige Portugese schemerlamp die ons huis rijk is. Hij heeft er een heel kunstwerk van gemaakt. Wij steken eerst de lamp aan om te kijken welk een creatief effect de "uitspatting" erop heeft gehad. En zowaar, het ziet er bepaald kunstzinnig uit. Daarom laten wij het indrogen. 

Die lamp is straks geld waard. Daar zijn wij van overtuigd. Of de eigenaar van het huis ons eeuwig dankbaar zal zijn, menen wij echter te moeten betwijfelen...!

Een gratis overnachting...

Zij drapeert zich gelijk de Queen of Sheba midden op een bergje kiezelstenen in de Ourthe. Haar zorgen lijken te worden meegevoerd met de snelle stroming. De lange blonde lokken wapperen in de wind. Haar donkere ogen kijken regelmatig nieuwsgierig in mijn richting. Zij houdt mij in de gaten.

 Aan de oever van de Ourthe in het Luxemburgse La Roche. Een biertje smaakt goed op deze zonnige middag. De Queen verheft zich. Zij schudt haar lange haren uit waardoor haar gezicht lijkt te worden omkranst door een aureool van duizenden, glinsterende kristallen. Langzaam... behoedzaam baant zij zich een weg over de gladde kiezelstenen. Als zij de oever heeft bereikt wandelt zij nonchalant mijn richting uit. Na een kleine krachtsinspanning springt zij op mijn schoot en doet een aanval op mijn biertje. Tja mijn hond Pepper drinkt nu eenmaal bier. Een Portje gaat er overigens ook wel in.

Voordat wij uit La Roche vertrekken, bezoeken wij een kleine kerk. Het is er heerlijk koel. Even uitpuffen, kaarsje opsteken en de gedachten de vrije loop laten.

Opeens horen wij wat geschuifel. Er komt een grote soortgenoot van ondefinieerbaar ras aanwandelen. Hij stelt zich keurig voor aan Pepper en meent vervolgens ongegeneerd mij te moeten besnuffelen. Het dier draagt weliswaar een halsband maar zijn baasje is in geen velden of wegen te bekennen. Wij vermoeden dat de hond in een onbewaakt ogenblik de kerk is ingewandeld en zichzelf per ongeluk heeft opgesloten.

Redders in nood als wij zijn, voeren wij hem mee en lopen gedrieën richting uitgang. Maar wat ik ook probeer... de kerkdeur is en blijft dicht. Ook de zij-ingang is afgesloten en om hulp roepen in het huis van God lijkt ons wat al te overdreven.

De hond kuiert richting preekstoel. Een wenteltrap met daaronder een nis. Ik volg de hond en tref een slapende man aan. Mijn hart klopt in mijn keel. Voorzichtig en op mijn hoede -want Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers- maak ik hem wakker. In mijn beste Frans probeer ik hem onze situatie uit te leggen.

 André moet alleen maar lachen. Hij weet ons te melden dat wij tot de volgende ochtend half acht van onze vrijheid beroofd zullen blijven omdat pas dan een non in burger de deur naar de zonnige wereld zal ontgrendelen. Voor André en Nova een bekend ritueel, zo blijkt. Waar kun je je als daklozen ook beter verschansen dan in het huis van God?

Flexibel als wij zijn, besluiten wij van de nood een deugd te maken.

Achtereenvolgens ontsteken wij na inworp van 2 Euro in het offerblok drie waxinelichtjes in de nis onder de wenteltrap, komen de Ardenner worsten die ik die middag heb gekocht uit mijn rugzak tevoorschijn en ontkurken wij met behulp van een zakmes een fles rode wijn. Van de miswijn zijn wij afgebleven!

André en ik vertellen elkaar uitgebreid ons levensverhaal. Nova en Pepper verkennen het huis van God hetgeen resulteert in een aantal grote plassen precies in het middenpad die naarmate de uren verstrijken langzaam opdrogen en niet meer te zien zijn als wij om klokslag half acht een non in burger de schrik van haar leven bezorgen.